Uit 'Gedogen is van alle tijden en alle plaatsen': Wat is gedogen?

1. ‘Het offerfeest 2003 is net begonnen. En hoewel we beterschap waarnemen, moeten we alweer vaststellen dat er nog altijd gemeenten zijn die verboden rituele thuisslachtingen gedogen. Er zijn er die ze nog altijd mee organiseren, door her en der containers te plaatsen waarin moslims slachtafval van illegaal geslachte schapen kunnen deponeren. Zo worden moslims aangezet tot wetsinbreuken.
Nochtans verbiedt de wet rituele thuisslachtingen in België en in Europa. Iedereen weet drommels goed waaraan zich te houden: de wet van 11 februari 1988 bepaalt dat “slachtingen voorgeschreven door een ritus van een erkende eredienst” uitsluitend in een erkend slachthuis mogen plaatsvinden.’[1]

2. ‘De meeste bedrijven hebben geen duidelijke politiek of regels in verband met relaties op het werk. Liefdescontracten zoals in de VS, waarin verliefde werknemers moeten beloven noch elkaar, noch de werkgever te vervolgen voor ongewenste seksuele intimiteiten als de relatie afbreekt, zijn zeldzaam. In de meerderheid van de gevallen, zeker als één van de partners een kaderlid is, verlaat één van beide al dan niet vrijwillig de onderneming. Of één van beide partners stapt over naar een andere afdeling. Anderen voeren een gedoogbeleid onder het motto "Live and let love". De praktijkervaring wijst immers uit dat veel relaties op het werk geen lang leven beschoren zijn.’[2]

3. ‘Is er een gedoogbeleid tegenover illegalen?’

 

Lees verder



[1] Michel Vandenbosch, geciteerd in ‘Geen uitzondering voor rituele slachtingen’, De Standaard, 11 februari 2003

[2] ‘Angst voor de macht van het bed’ http://www.easy.be/jobs/relaties/jobs_rel1.asp (12 oktober 2005)

 

Hiroshima mon amour

 

Ik was vergeten wat een prachtige film het is. Gisteren deed ik nog een parodie op zo’n typische Marguerite Duras-dialoog met vlakke stemmen en veel stiltes, maar achteraf kreeg ik ineens zin om deze oerfilm van de nouvelle vague opnieuw te bekijken.


Man: Tu n’as rien vu à Hiroshima. Rien.


Vrouw : J’ai tout vu. Tout.


Stilte


Man : Non, tu n’as rien vu à Hiroshima.


Vrouw : Ainsi l’hôpital, je l’ai vu. J’en suis sûre. L’hôpital existe à Hiroshima. Comment aurais-je pu éviter de le voir ?


Man : Tu n’as pas vu d’hôpital à Hiroshima. Tu n’as rien vu à Hiroshima.


En daarbij die eerste vier beelden: dezelfde verstrengelde lichaamsdelen, versteend, verzand, gesmolten huid, een esthetische sensuele variant als aanloop naar de documentaire beelden van de Japanse slachtoffers die gaan volgen. En ook: Alain Resnais heeft het repetitieve, de litanie, die het kenmerk gaat worden van Duras’ schrijven omgezet in beelden. Het verhaaltje is er wat met de haren bij gesleurd: Duras doet niet meer aan romanintriges en psychologische portretten. Haar thema is nu al het onthouden en het vergeten, hoe de aftakeling van het geheugen werelden schept, die niet te delen zijn met anderen.


Er is al zoveel gepubliceerd over deze film en over de betekenissen in het scenario van Marguerite Duras, daar heb ik niets aan toe te voegen. Mij viel gisteren vooral op hoe esthetisch de vormgeving is, de compositie en de kleuren. Hiroshima mon amour is een zwart/witfilm, maar wat een kleurschakeringen zitten er in die beelden.


Wat mij ook opviel, is de doorlopende westerse orkestmuziek. Je zou denken dat zo’n film meer gebaat is bij een sober geluid, of bij klankopnamen van de landschappen die je te zien krijgt. Dit is wat de nouvelle vague ook later zou gaan doen, maar misschien was het daar in 1959 nog te vroeg voor. Duras zelf wilde overigens expliciet de muziek van Giovanni Fusco, dus dan zal het wel goed zijn, zeker?


Merkwaardig: mijn dvd-kopie geeft als leeftijdwaarschuwing ‘16’ aan, met als toelichting: sex en geweld. Geweld, OK, de beelden van Hiroshima misschien. Maar sex?
 


A la campagne 1

Officieel woon ik al een tijd ergens op het platteland, maar aangezien ik daar niet permanent verblijf, is het leven à la campagne steeds vol verrassingen.


In de laatste week van 2010 hadden wij 40cm sneeuw in de tuin. De hele wereld leek wit, en aangezien er in de gemeente niet gestrooid wordt maar alleen geruimd op de enkele hoofdwegen, kon je over de witte vlakte uitsluitend navigeren aan de hand van de paaltjes en de draad die de weiden van de weg afbakenen.


Twee weken later was er de plotse dooi, met de bekende overstromingen als gevolg. Nu blijkt dat er nog steeds (of weer) sneeuw ligt in de streek, maar de riviertjes stromen min of meer binnen hun oevers.


En ook de mollen zijn er weer. Ik dacht dat mollen een winterslaap houden, maar in de tuin zijn  al tientallen molshopen te zien. Dan biedt internet uitkomst. Op de site van Plattelandsvereniging Hei, Heg & Hoogeind vond ik deze tekst:


“De Insecteneters, die in de gematigde luchtstreken leven, hebben een winterslaap. Zij zouden namelijk gedurende het koude jaargetijde geen voedsel genoeg kunnen vinden. Alleen diegene die altijd in de grond leven, zoals de mol, houden geen winterslaap. Wordt het weer kouder, dan kruipen de regenwormen en de verschillende insecten dieper in de grond, en de mol trekt ze na, hoewel men hem ook dikwijls door de sneeuw ziet lopen. Ook verzamelt de mol regenwormen als wintervoorraad in zijn nest; om ze het ontsnappen te beletten bijt hij ze de voorste leden af; ze kunnen dan niet meer in de grond boren.”


Wel zielig voor die regenwormen. Dat ligt daar maar, levend en wel maar zonder voorpootjes, te wachten om opgegeten te worden.
 

'HIER GELDEN WETTEN!' (2 juni 2002)

“Hier gelden wetten!”

 

Dit is de titel (inclusief uitroepteken) van een bundel opstellen van de Nederlandse rechtsfilosoof A.C. ’t Hart[1]. Een centraal thema in zijn werk van de afgelopen vijfentwintig jaar is de rechtshandhaving, of zoals het tegenwoordig heet: de handhaving van de rechtsorde. ’t Hart heeft daar veel belangwekkends over geschreven, en het is niet de bedoeling hier recht doen aan de nuances van zijn gedachtegang. Toch wil ik één essentieel element uit zijn benadering aanhalen: een rechtsorde, en dus ook de handhaving ervan, situeert zich in een wijdere context.

Het heeft weinig zin het handhaven van (rechts)regels te beschouwen als een doel op zich. Geen enkele overheid, zelfs niet de meest totalitaire, slaagt er in totale handhaving (of zero tolerance) te organiseren. Vanuit pragmatisch oogpunt is dat trouwens ook niet wenselijk.



[1]          ’t Hart, 2001

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fort Europa

In het oude stuk ‘De metaforische kracht van Fort Europa’ (zie het prentje hieronder), dat ik in het archief heb opgenomen, is o.m. sprake van de vooruitgeschoven verdedigingswallen van Europa. Maar die tekst dateert van vóór de uitbreiding van de Europese Unie met Oost-Europa. De grens van Europa lag dus toen nog tussen Duitsland en Polen en in het zuiden in de Middellandse Zee (met een paar vooruitgeschoven posten in Marokko).

Inmiddels zijn de verdedigingslinies weer fel opgeschoven, zowel naar het oosten als naar het zuiden. Zo werd bijvoorbeeld afgelopen zomer bekend dat Italië en de EU voor 300 miljoen euro de zuidergrens van Libië gaan ‘beveiligen’. Het Italiaanse bedrijf Selex Systems Integrations mag een netwerk van radarinstallaties bouwen om de enorme woestijn te bewaken waar Libië grenst aan Soedan, Niger en Tsjaad. In ruil voor deze investering, zal Libië voortaan overgaan tot onmiddellijk refoulement van migranten die naar Europa zouden kunnen willen trekken. Refoulement is de term uit het vreemdelingenrecht, die duidt op het terugzenden van asielzoekers naar hun land van herkomst, of naar het laatste land waar zij verbleven hebben. Asielzoekers die op de Middellandse Zee onderschept worden kunnen zo meteen, zonder dat zij voet aan wal zetten in Europa, teruggestuurd worden naar Libië, dat hen dan op gepaste wijze ‘verwijdert’.

Daarbij maakt het niet meer uit dat zich onder die asielzoekers mensen zouden kunnen bevinden die recht hebben op een erkenning als (politiek) vluchteling, aangezien Tripoli het Vluchtelingenverdrag nooit ondertekend heeft. Toen het akkoord hierover in 2009 gesloten werd, verklaarde Berlusconi tevreden: “Zo zullen wij meer olie hebben en minder illegalen”. 
 

 

Plattelandsarmoede

Er zijn van die mensen, die op een bepaald ogenblik in hun leven genoeg hebben van het leven in de stad, en dan een huis kopen op het platteland, om daar ‘in de natuur’ te gaan leven. Dat is de comfortabele kant van het verhaal.

Tegelijkertijd blijkt uit een studie van het Centrum voor Sociaal Beleid van Universiteit Antwerpen dat in 2010 14,8% van de Belgen onder de armoedegrens leeft. Opvallend daarbij is dat er steeds meer working poor voorkomen: mensen die ondanks het feit dat zij werk hebben, niet voldoende verdienen om menswaardig te kunnen leven. Dat is een fenomeen dat aan het eind van de twintigste eeuw vrijwel verdwenen was, maar dat nu in sterke mate weer aangroeit. Een extreem voorbeeld levert Italië, waar de extreme liberalisering van de arbeidsmarkt ertoe geleid heeft dat miljoenen mensen de kost moeten verdienen met ‘precaire jobs’, deeltijdcontracten of aanstellingen van bepaalde duur, opeenvolgende uitzendcontracten, of banen diep beneden hun opleidingsniveau. Ook in België ontwikkelt zich een tweespalt tussen de goedbetaalde jobs in de kenniseconomie en de financiële dienstverlening, en een secundaire arbeidsmarkt van slecht betaalde, tijdelijke en onzekere baantjes.

Bovendien blijkt dat het Belgische leefloon, dat bedoeld was om mensen toch het minimum te verzekeren dat noodzakelijk is voor een menswaardig leven, nog verder onder de armoedegrens ligt dan eerst gedacht. Met andere woorden, mensen die van geen hout meer pijlen weten te maken, mogen wel een beroep doen op bijstand, maar kunnen daarvan alleen niet leven. Wat moeten zij dan? Zwart werk natuurlijk, of de informele economieën in, waarvoor zij dan weer gestraft worden, indien zij worden betrapt.

In Frankrijk is beschreven hoe zich door de vlucht naar het platteland dan een neerwaartse spiraal van armoede ontwikkelt. Op een bepaald ogenblik wordt de woning in de stad te duur, en men besluit te verhuizen naar een goedkopere huurwoning op het land (niet in de randgemeenten, want die zijn zeker te duur). Dan blijkt echter dat er op het platteland geen werk is. Wanneer de auto het niet meer doet, is men aangewezen op het openbaar vervoer om nog in de stad te kunnen werken. Maar het openbaar vervoer is afgebouwd, omdat iedereen toch een wagen had, en omdat de algemene liberalisering van de openbare diensten er niet was om deze voor iedereen toegankelijk te maken, maar juist om harder te kunnen optreden tegen wie ze niet kan betalen. Bovendien blijkt dat deze stedelijke armen op het platteland al gauw vergaan van de eenzaamheid. Omdat de informele arbeidscircuits er kleiner zijn dan in de stad, is er ook geen uitweg uit die spiraal.

Het mechanisme is uitgebreid beschreven in Frankrijk, maar in sommige dorpen in Wallonië zie ik hetzelfde gebeuren: jonge mensen die bijvoorbeeld Liège ontvlucht zijn, die nu met hun kindje in een goedkoop krot wonen in een dorp, en die alleen nog een baantje kunnen houden in de stad zolang hun auto nog niet geheel een wrak is. Dat is ook op het platteland gaan leven.

 

En attendant ...

Mijn vorige website www.durieux.eu heeft eigenlijk nooit gefunctioneerd zoals ik het wilde.

Nu ben ik met een meer betrouwbare bouwer/ontwerper een nieuwe site aan het bouwen. Als alles goed gaat, zou vanaf begin volgend jaar (2011 reeds!) (een deel van) het oude materiaal weer zichtbaar moeten zijn. Vanaf dan ga ik volop nieuw spul plaatsen.

 

 

 

Syndicate content