durieux's blog

Communisme 1

 

Om uit de impasse rond het gebruik voor antikapitalistische doeleinden van de term ‘democratie’ te geraken, stelt Jodi Dean voor om ‘communisme’ in eer te herstellen (zie http://durieux.eu/blog/jodi-dean). Een van haar argumenten is dat de term alweer in de theoretische discussies is teruggebracht door o.m. Slavoj Zizek en Hardt & Negri (zie ook http://durieux.eu/content/radicale-subsidiariteit-24-april-2012 op deze site).

Belangrijker is echter dat de ‘communisme’ de enige term is die volgens Dean ‘no to capitalism’ zegt. “No matter what, if people say that they are communist, you know that they are against private property [?-hd] and the private ownership of the means of production and for the people’s control over these means.”

Wanneer Dean ook pleit voor een (eer)herstel van de idee van communistische partijen, stelt Krisis de vraag of deze partijen niet een ietsiepietsie de geschiedenis tegen zich hebben wanneer het gaat om bureaucratische verstarring of de repressieve houding tegenover anarchistische stromingen.

Nou nee, denkt Dean. Zij heeft net de ‘April-stellingen’ van Lenin gelezen, en daarin schrijft hij lovend over de sovjets, de arbeidersraden. Nu, de April-stellingen (‘Over de taken van het proletariaat in de tegenwoordige revolutie’) dateren van april 1917, enkele maanden dus na de februarirevolutie waarin de tsaar werd verdreven, maar nog een half jaar vóór de oktoberrevolutie, waarin de bolsjewistische partij streeft naar de instelling van een communistisch staatssysteem. Vandaag is er echter voldoende betrouwbare geschiedschrijving verschenen die aantoont dat al gauw na 1917 de sovjets ondergeschikt werden gemaakt aan het partijapparaat, en dat de anarchistische stromingen in o.m. Rusland en Oekraïne met grof geweld werden onderdrukt door de communistische partij.

Dean zegt verder: “I think it is really time to get out of that Cold War mentality that lets us reduce everything to one kind of bureaucratic Stalinist party as if that were the only thing that a Communist party ever was.” Hmm, niet erg overtuigend wanneer het erom gaat de anarchistische kritiek te weerleggen dat de partij juist een organisatie is die van bovenuit opgelegd wordt. Volgens anarchisten is de (communistische) partij er juist intrinsiek op gericht een bureaucratisch apparaat te ontwikkelen dat een machtsmonopolie nastreeft.

Er moeten betere argumenten zijn om een herwaardering van de term ‘communisme’ te onderbouwen.

 

Jodi Dean

“For the left to be able to make a break we have to speak a language that is not already the one we’re in”, political scientist Jodi Dean states in an interview in Krisis – Journal for contemporary philosophy. What she’s referring to are the contemporary calls for more ‘direct democracy’, as an alternative for the worldwide failing electoral regimes of representative or even participatory democracy. Calls for democracy, without asserting the class basis of societies, only lead to a reinforcement of what she calls ‘neoliberal fantasy’. “... democracy is a kind of ambient milieu, it’s the air we breathe, everything is put in terms of democracy nowadays. [-] ... the rhetoric of democracy is particularly strong now in the way in which it is combined with the form of capitalism I call ‘communicative capitalism’, where ideals of inclusion and participation, of making one’s voice heard and one’s opinion known are also used by T-Mobile and Apple. Participation ends up being the answer to everything.”

However, since the rise of post-structuralism we know: as far as reality is discursive, any critical discourse will participate in the construction of the world it describes or criticizes. A discourse that positions itself in contradiction to a dominant structure is already integrated in the discontinuity and complexity of existing discourses. For the Internationale Situationniste this was the main question: is a resistance possible that cannot be recuperated in the society of spectacle?

Guy Debord’s answer was: “It is obvious that no idea can lead beyond the existing spectacle, but only beyond the existing ideas on the spectacle”. And so yes, criticism can be spectacularized or commodified by separating it from the practice it advocates and placing it in the petrified ahistoricism of the spectacle, as philosopher Sadie Plant once wrote, but this does not mean that there is no possibility of using these constructions to think beyond the ends to which they are presently employed, if one acknowledges the historical consciousness of the possibility of their authentic realisation. [A bit problematic, this last part of the sentence, since it would imply that there exists something like an authentic realisation – but that’s another story.]

Accepting that the language and values with which criticism is expressed are defined by the existing social and discursive relations only enforces the need for a critical attitude to all existing conceptualisations and values, since these are necessarily the tools with which the existing reality must be undermined and which must be used against the structures within which they have developed. And Jodi Dean’s suggestion of a renewed use of the term ‘communism’ is not really convincing when it comes to deciding between choosing “a language that is not already the one we’re in” or a terminology that is enclosed “in the construction of the world it describes or criticizes”.

See the next contribution on this blog.

Banalités de base

«  Survivre nous a, jusqu’à présent, empêchés de vivre. C’est pourquoi il faut attendre beaucoup de l’impossibilité de survie qui s’annonce désormais avec une évidence d’autant moins contestable que le confort et la surabondance dans les éléments de la survie nous acculent au suicide ou à la révolution. »

Voilà ce qu’écrivit Raoul Vaneigem en 1962 dans internationale situationniste n° 7. Le petit paragraphe 6 dont ces phrases forment la conclusion, commence ainsi : « Il faut comprendre la fonction de l’aliénation comme condition de survie dans ce contexte social. Le travail des non-possédants obéit aux mêmes contradictions que le droit d’appropriation particulière. Il les transforme en possédés, en fabricants d’appropriation et en auteurs de leur propre exclusion mais il représente la seule chance de survie pour les esclaves, les serfs, les travailleurs, si bien que l’activité qui fait durer l’existence en lui ôtant tout contenu finit par prendre un sens positif par un renversement d’optique explicable et sinistre. Non seulement le travail a été valorisé (…) mais, très tôt encore, travailler pour un maître, s’aliéner avec la bonne conscience de l’acquiescement, est devenu le prix honorable et à peine contestable de la survie. La satisfaction des besoins élémentaires reste la meilleure sauvegarde de l’aliénation, celle qui la dissimule le mieux en la justifiant sur la base d’une exigence inattaquable. L’aliénation rend les besoins innombrables parce qu’elle n’en satisfait aucun; aujourd’hui, l’insatisfaction se mesure au nombre d’autos, frigos, TV : les objets aliénants n’ont plus la ruse ni le mystère d’une transcendance, ils sont là dans leur pauvreté concrète. Le riche est aujourd’hui celui qui possède le plus grand nombre d’objets pauvres. »

Tiens, justement aujourd’hui se tenait à Bruxelles le colloque Stilte werkt, offert à tous ceux et celles qui « désirent intégrer le silence, le délai et la simplicité dans leur propre vie et dans la société entière ». Bref, un colloque sur la richesse qu’est devenue le silence, cette « qualité rare ».

Administratieve sancties

Rotterdam is een van de eerste steden die, in het midden van de jaren 1980, begon met een systeem van stadswachten (nu: Stadstoezicht). Hun taak bestond vooral in het handhaven van gemeentelijke regelgeving op het gebied van fout parkeren, fiscale parkeerovertredingen, wildplassen en andere vervuiling (medeburgers die met hun honden straten en pleinen komen bevuilen). Sinds 2009 kunnen zij ook bestuurlijke strafbeschikkingen uitschrijven (in België: gemeentelijke administratieve sancties – zgn. gas) en mogen zij een beperkte mate van geweld gebruiken.

In België is er de laatste maanden veel te doen over de wildgroei aan overtredingen waarvoor gemeenten een administratieve sanctie (overlastboete) opleggen. Zo somt bijvoorbeeld het politiereglement van Hasselt niet minder dan 164 mogelijke gas-overtredingen op. Dat gaat van “dozen moeten gedragen worden en niet gesleept, op de grond geplaatst worden en niet geworpen” tot “het is verboden een telefooncel te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor de ruimte bestemd is”. (Hebben ze daar nog telefooncellen, in Hasselt? Dat is dan weer wel een goed punt.)

Op vraag van de gemeenteraad voerde de Rekenkamer Rotterdam in 2011 een onderzoek uit naar de werking van de dienst Stadstoezicht. Het resultaat ervan is lichtelijk ontluisterend (http://www.rekenkamer.rotterdam.nl/nl/publicaties/files_content/rapporten/rotterdam/Rapport%20horen,%20zien%20en%20schrijven.pdf).

De centrale vraag van het onderzoek was: ‘Hoe waarborgt en stuurt de gemeente het optreden van stadswachten en leidt hun optreden tot de beoogde resultaten?’ De Rekenkamer stelt vast dat het de bedoeling is dat stadswachten ‘kleine ergernissen’ aanpakken, maar dat zij in de praktijk overwegend bezig zijn met het controleren van betaald parkeren. Stadswachten zijn over het algemeen te onzeker en niet voldoende communicatief vaardig om op te treden tegen hondenbezitters en hun stront en tegen andere overlast (door jongeren). Het vaststellen van parkeerovertredingen is, met andere woorden, het veiligst en meest comfortabel voor de stadstoezichters zelf. Spitsnieuws.nl schreef op 5 juni 2012 dan ook: “Rotterdam heeft laffe stadswachten”.

Maar de Rekenkamer geeft ook andere verklaringen waarom het overgrote deel van de optredens gericht is op fiscale parkeerovertredingen (het niet betalen voor een parkeerplaats):

- De prestaties die van Stadstoezicht verwacht worden, blijken voor meer dan de helft geformuleerd in de vorm van bonnenopbrengst (het uitschrijven van administratieve boetes)

- In de dienstbegroting van Stadstoezicht worden vooraf verwachte baten opgenomen voor fiscale parkeerboetes en boetes voor fout parkeren; met andere woorden, de begroting drijft voor een deel op de opbrengst van de boetes die nog moeten gaan uitgeschreven worden

- “Stadswachten worden individueel onder meer beoordeeld op het aantal uitgeschreven bonnen en andere interventies”; dat leidt tot het idee van een te halen ‘bonnenquotum’: het bonnen schrijven om bonnen te produceren

- De Rekenkamer heeft geobserveerd dat stadswachten het parcours dat zij afleggen laten bepalen door de plekken waar betaald parkeren geldt, en waar zij dus parkeercontroles kunnen uitoefenen.

Dat stadswachten de confrontatie met (mogelijk) boze burgers trachten te vermijden, is te begrijpen, maar niet helemaal in overeenstemming met de doelstellingen van het stadstoezicht. Daar verschilt de Rotterdamse situatie ook wel is met de situatie in België, waar gemeentelijke administratieve sancties niet alleen worden opgelegd door stadswachten, maar ook door de politie om politiek verzet de kop in te drukken (zie http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2012/03/08/gas-boetes-financieel-gewin-en-politieke-repressie).

Gemeenten en vrijheid van meningsuiting

Sinds de stad Antwerpen in 2006 besloot om met gemeentelijke administratieve sancties (gas) te gaan werken, hebben ambtenaren er daar al meer dan 59.000 uitgeschreven. Oorspronkelijk waren deze boetes bedoeld om overlast en kleine, vaak voorkomende overtredingen te bestraffen: wildplassen, sluikstorten, lawaaioverlast, de hond niet aanlijnen of de poep niet opruimen, …

‘Verstoring van de openbare orde’ wordt sinds enige tijd door verschillende gemeenten ingeroepen om gas-boetes op te leggen aan vreedzame actievoerders. Dat was in Antwerpen al onder meer het geval bij mensen van Occupy en ‘Geneeskunde voor het volk’.

In Brussel ontvingen vorige week zes mensen een administratieve boete van €125. Zij hadden in april de gevel beklommen van het hoofdkwartier van de Parti socialiste om er een spandoek op te hangen als steunbetuiging aan sans papiers in hongerstaking. Tegen die boete protesteerden op 31 augustus dan weer een dertigtal mensen aan het Administratief centrum van de stad Brussel. Eén van de zes zei in een krant: “De politie heeft ons toen gewaarschuwd dat we weer een boete zouden krijgen als we niet meteen weggingen. Ze hebben ook gezegd dat ze ons niet meer hoeven op te pakken om ons een sanctie te geven. Ons in een betoging zién is al genoeg.”

Benieuwd hoe gemeenten, nu in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen, de vrijheid van meningsuiting ook met andere middelen gaan beknotten. In Antwerpen was er al de beslissing om geen aanplakborden voor verkiezingspropaganda te plaatsen. (De Raad van State oordeelde al dat deze beslissing onterecht was, maar de stad overweegt nog wat zij met deze uitspraak gaat doen.) Ook in Antwerpen werd de stadswandeling die actiegroep Ademloos (tegen de Lange Wapper) voor vandaag had gepland verboden. De vergunning werd al aangevraagd in mei van dit jaar, en geweigerd in juli, wegens 'reeds te veel activiteiten' op autoloze zondag.

European Group

Ik heb een nieuwe link toegevoegd aan http://www.durieux.eu/content/links: de European Group for the Study of Deviance and Social Control.

De European Group houdt van 5 tot 9 september in Nicosia (Cyprus) zijn veertigste jaarlijkse conferentie. Het thema dit jaar is 'Beyond the Wire': Regulating Division, Conflict and Resistance.

The conference aims to explore the complexity of social conflicts and the way in which occupation (military or otherwise) can lead to the marginalisation of identifiable groups of people in societies divided by historical and territorial claims. It will examine the meaning of going ‘beyond the wire’ or beyond the frontiers of a given conflict.

The conference intends to place deeply embedded social fault lines into context, and specifically to consider their impact on processes of criminalisation, justice and social control. The conference will seek to examine the manner in which social divisions and conflicts implicitly or explicitly underpin definitions of ‘crime’, justice, political constructions of order and ideologies of the ‘other’.

Conference Streams

- Social divisions and the application of the criminal law

- Anti-security

- Eco-global ‘crimes’, harms and abuse and consequences for human and nonhuman individuals and species

- Class, state power and corporate harms

- The criminalisation and victimisation of migrants and minority ethnic communities

- Marginalisation, exclusion and social control

Ik presenteer er een paper met de werktitel ‘Securitizing Europe: the Enemy, the Criminal, and Beyond’. De tekst daarvan komt later op deze website.

Voor alle info over de conferentie: http://www.europeangroup.org/conferences/2012/index.htm

Punishment

Punishment: A Failed Social Experiment provides a detailed, critical analysis of the current legal and justice system generally in operation across the planet whilst also providing potential solutions which work on preventing crime and creating a much more socially sustainable society.

The documentary film consists of interviews with various individuals; all of whom provide information on where we are going wrong when we treat offenders, and what we could head towards in regards to the solutions available.

It must be recognised that in order for change to occur in the system of punishment and 'justice', wider societal and cultural issues need to be addressed, as this documentary film recognises that there are inherent flaws in our current social system.

Although most sources of information originate from the United Kingdom, it is reasonable to state that the topics examined will apply to many other nations. 

Punishment: A Failed Social Experiment is an independent film production and that has been released online for free download and distribution. 

 

FEATURING:

PROFESSOR JOE SIM, Criminologist – Liverpool John Moores University

DR. BOB JOHNSON, Prison Psychiatrist – Special Unit in HMP Parkhurst

JOE BLACK, Prison Campaigner – Campaign Against Prison Slavery

DR. DAVID SCOTT, Criminologist – University of Central Lancashire

http://www.youtube.com/watch?v=qMmHaOQh5u0&feature=plcp

Boete

Een jonge man uit Apeldoorn kreeg een bekeuring van € 40 omdat hij zonder licht fietste. Toen hij de agent begon uit te schelden, maakte die een nieuw proces-verbaal op, en legde de zaak voor aan het Openbaar Ministerie. Dat stelde de strafmaat op € 800, volgens een regionale krant uit Apeldoorn:


'Beledigen en bedreigen van hulpverleners wordt gezien als geweldpleging. Dergelijk gevallen worden aan het OM ter beoordeling voorgelegd. De strafeis bij agressie tegen ambtenaren is sinds 2011 drie keer zo hoog als in reguliere geweldszaken. 

In dit geval is de eis extra hoog uitgevallen, omdat de 18-jarige zich ook niet kon legitimeren. "Het ging in dit geval om fietsen zonder licht, het uitschelden van een agent en het niet kunnen legitimeren. Een stapeling van feiten die voor de officier van justitie blijkbaar aanleiding was om met een fikse sanctie te komen.''

Voor de 18-jarige Apeldoorner rest waarschijnlijk niets anders dan betalen. De rechtbank volgt in dit soort gevallen vrijwel altijd de eis van het OM: de werkelijk opgelegde straffen bedragen gemiddeld 93 procent van de strafeis. Ook in de strafkeuze wordt het OM vrijwel altijd gevolgd, zo is recent uit onderzoek van de Universiteit Tilburg gebleken.

De meest voorkomende vorm van agressie en geweld tegen hulpverleners bestaat uit verbale agressie. Uit onderzoek vorig jaar bleek dat ruim de helft (57 procent) van ondervraagde hulpverleners minimaal één keer het slachtoffer ervan was geworden in de twaalf voorafgaande maanden. 

Alleen al bij de recente jaarwisseling werden 110 gevallen van geweld tegen hulpverleners gemeld.'

 

Louk Hulsman

 

Onlangs verscheen bij Boom juridische uitgevers ‘De ontmaskering van het strafrechtelijk discours – Een bloemlezing uit het werk van Louk Hulsman’. Bij de dood van Hulsman, op 28 januari 2009, schreef ik voor een andere website het volgende in memoriam:

‘Gisteren ontving ik het bericht dat Louk Hulsman overleden is. Hij zou binnenkort 86 geworden zijn. Louk (prof. L.H.C. Hulsman, zoals hij in officiële teksten heet) was mijn leermeester. Het is omdat ik bij hem wilde promoveren dat ik naar Rotterdam kwam, en mijn kijk op de wereld is al meer dan twintig jaar lang in belangrijke mate mede door hem geïnspireerd.

Louk was een van de grondleggers van het hedendaagse strafrechtelijke abolitionisme. De term abolitionisme (van abolir, afschaffen) werd in de negentiende eeuw gebruikt in verband met de afschaffing van de slavernij. Op dit ogenblik is er nog een wereldwijde abolitionistische beweging die ijvert voor de afschaffing van de doodstraf. Maar waar Louk voor stond, heette voor de gemakkelijkheid ‘afschaffing van het strafrecht’.

‘Afscheid van het strafrecht’ was ook de titel van de Nederlandse vertaling van het boekje waarmee hij in 1982 zijn ideeën voor een groot publiek verwoordde. Maar waar in de oorspronkelijke, Franse versie de ondertitel nog was ‘Le système pénal en question’, kreeg de vertaling de positieve toevoeging ‘Een pleidooi voor zelfregulering’.

Louk was een anarchist. Hij vond dat mensen zelf onder elkaar, op een mens-tot-mens-niveau hun problemen moeten oplossen. Het strafrechtsysteem ontneemt mensen hun conflicten en vertaalt en verdraait ze tot abstracte misdrijven, die uitsluitend via de weg van vergelding kunnen worden aangepakt. Maar mensen ‘leed toevoegen’ (zoals straffen heette in het strafrechtdiscours), omdat zij anderen leed hebben berokkend, betekent alleen dat de totale hoeveelheid leed op de wereld toeneemt. Beter zou het zijn te streven naar herstel, zowel van de schade die is toegebracht, als van de sociale verantwoordelijkheid van degene die die schade heeft veroorzaakt. Een eerste noodzakelijke stap daartoe was volgens Louk maar eens af te stappen van de geïnstitutionaliseerde terminologie van misdrijf en dader en slachtoffer en straf, en in de plaats daarvan problemen te bekijken als ongewenste situaties of onaanvaardbaar gedrag, en daarvoor een oplossing te zoeken die alle betrokken partijen in hun waarde laat.

Anders leren kijken naar de sociale werkelijkheid, er anders over praten, ontsnappen uit de terminologie van het strafrechtssysteem, dat was waar Louk voor pleitte. De laatste alinea van zijn tekst in ‘Afscheid van het strafrecht’ luidt zo: “Als ik uit mijn tuin de obstakels verwijder die zon en water verhinderen de aarde vruchtbaar te maken komen er planten te voorschijn waarvan ik het bestaan zelfs niet vermoedde. Op een dergelijke manier baant het verdwijnen van het staatsstrafrechtsysteem, in een gezonder en dynamischer samenlevingsverband, de weg voor een nieuwe gerechtigheid.”’

De publicatie van dit boek is een uitvloeisel van de postume toekenning aan Louk van de Willem Adriaan Bonger Prijs, omwille zijn “uitzonderlijke bijdrage aan zowel het vakgebied als aan het maatschappelijk debat over misdaad en straf”. In De ontmaskering van het strafrechtelijk discours is een selectie van publicaties van Louk Hulsman bijeengebracht die kenmerkend zijn voor zijn wetenschappelijk denken en voor de ontwikkeling daarin. Het boek bevat eerder in het Nederlands gepubliceerde teksten, waarvan sommige zeer bekend zijn en nog vaak worden bestudeerd, en sommige relatief onbekend en ook moeilijk traceerbaar. Het bevat ook enkele teksten die vertaald zijn en nu voor het eerst in het Nederlands verschijnen, en het een inleiding op het werk van Hulsman.

Hieronder een opname van 1 december 2008, waarin Louk in zijn typische stijl een bijdrage levert op het Cannabis Tribunaal in Den Haag.



 

Indignation

 

Beaucoup a déjà été dit et écrit sur le caractère révolutionnaire ou non des nouvelles formes de contestation de rue qui surgissent partout dans le monde depuis plus d’un an : des indignés ou indignados en Europe et l’Amérique latine, en passant par les variantes Etats-unisiennes et globales d’Occupy Wall Street, jusque même aux contestations sociales en Israël, à Chine ou en Russie. (Je fais abstraction du ‘printemps arabe’ ou des révoltes populaires au Moyen-Orient, parce que celles-ci semblent être dirigées en première instance contre des régimes politiques autoritaires nationaux, et qu’ils aspirent en premier lieu à un changement du pouvoir et/ou plus de démocratie.) En général, dans ces premiers mouvements mentionnés, il s’agit de personnes qui refusent de souffrir passivement les conséquences d’une crise politique dont elles ne sont pas responsables. Néanmoins, selon le politicologue italien Raffaele Laudani in Lettera internazionale 110, ces ‘nouveaux’ mouvements de contestation ont un clair caractère politique. Essentiellement, ils expriment l’indisponibilité de payer pour la faillite de systèmes politiques dont les institutions représentatives n’ont pas été en mesure de se soustraire au pouvoir ‘des marchés’ et de formuler une réponse adéquate à la crise économique (et politique et morale) de l’ordre global du néo-libéralisme (p.e. : http://youtu.be/tqeTGTU6FFg). Selon Laudani, l’action politique de ces mouvements est dirigée en première instance vers la destitution des pouvoirs politiques et économiques. Le but serait d’abolir la légitimité et la représentativité de ces systèmes de pouvoir, en indiquant clairement que l’on n’est plus disponible à accepter plus longtemps leurs actes et leur fonctionnement.

Cette interprétation du phénomène des indignados ou d’Occupy rappelle Laudani un classique de la littérature politique européenne : le Discours de la servitude volontaire d’Etienne de La Boétie, (1548). La Boétie naquit en 1530 et il était donc plein de jeune enthousiasme lorsqu’il écrivit son manifeste. Il vivait une période turbulente, dans laquelle une monarchie nationale naissante opprimait violemment les révoltes des paysans et des ouvriers qui souffraient sous les taxes montants. Selon La Boétie la population ne devrait pas résister le ‘tyran’ en le combattant, mais au contraire en retirant son consentement nécessaire pour le fonctionnement du souverain. En effet, l’obéissance au monarque ne fait pas part de la nature ‘objective’ des hommes ; elle n’est qu’une seconde nature qui ne peut se développer que parce que l’on ne suit pas son inclination à la désobéissance et l’on opprime la disposition à défendre sa liberté. En d’autres mots, c’est le peuple lui-même qui se soumet en servitude volontaire, qui sème les fruits afin que le tyran en fasse le dégât, qui meuble sa maison afin qu’il la pille, qui nourrit ses filles afin qu’il les abuse, qui nourrit ses enfants afin que le despote puisse les mener à la boucherie de ses guerres, qui s’affaiblit afin de le rendre plus fort à tenir plus courte la bride. (Le lecteur aura compris que ce passage est une paraphrase du texte de La Boétie, j’espère.)

Et quand-même : « et de tant d’indignités, que les bêtes mêmes ou ne les sentiraient point, ou ne l’endureraient point, vous pouvez vous en délivrer, mais seulement de le vouloir faire. Soyez résolus de ne servir plus, et vous voilà libres. Je ne veux pas que vous le poussiez ou l’ébranliez, mais seulement ne le soutenez plus, et vous le verrez, comme un grand colosse à qui on a dérobé sa base, de son poids même fondre en bas et se rompre. »

Voilà ce que Laudani appelle ‘la destitution’ du pouvoir politique. Et d’avertir : la vocation de destitution de la part des indignés n’a peu à voir avec la tradition moderne de la désobéissance civile, dans laquelle la contestation est ‘civile’ en ce qu’elle est sans rébellion, une alternative à la révolution ou à des formes plus ‘extrêmes’ d’opposition politique. En effet, ce n’est que quand la désobéissance se libère de la pression de l’opinion publique et des impostures des institutions représentatives, et qu’elle bloque en tant qu’action directe le fonctionnement de la machine institutionnelle, qu’elle sera vraiment un acte de citoyenneté, l’expression concrète de la volonté de participer activement à la vie politique d’une communauté. C’est Raffaele Laudani qui le dit.

En tout cas, selon lui, ce que l’on voit est une nouvelle ‘ontologie politique’, une manière spécifique de concevoir le conflit politique. Le vouloir et le pouvoir de réaliser quelque chose de nouveau et de différent de ce qui existe ne passera pas par l’état qui garantirait l’implémentation des revendications des mouvements ; ce pouvoir réside dans le mouvement immanent d’un surplus, d’une abondance existentielle, qu’il ne faut donc pas conquérir, mais qu’il faut en premier lieu libérer de ses chaines et de la servitude où les gens mêmes l’ont enfermée.


 

Syndicate content