ASIELZOEKER

Waar is de tijd dat de termen asielzoeker of vluchteling nog verwezen naar mensen in nood? Vluchteling, in de enge juridische zin van het Vluchtelingenverdrag (dat in de Vlaamse media consequent de Conventie van Genève wordt genoemd – alsof er in Genève ooit maar één verdrag is ondertekend), was hij (zij) “die uit gegronde vrees voor vervolging wegens zijn ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging, zich bevindt buiten het land waarvan hij de nationaliteit bezit, en die de bescherming van dat land niet kan of, uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil inroepen, of die, indien hij geen nationaliteit bezit en ten gevolge van bovenbedoelde gebeurtenissen verblijft buiten het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had, daarheen niet kan of, uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil terugkeren.” Die mensen hadden het recht om niet teruggestuurd te worden naar het land dat zij ontvlucht waren, en om asiel (= bescherming) aan te vragen in het land waar zij naartoe waren getrokken. Asielzoekers zoeken bescherming tegen vervolging.

In de brede zin van het woord waren vluchtelingen mensen die rampspoed allerlei ontvluchtten (oorlog, geweld, armoede, milieurampen, honger, mensonterende praktijken allerhande, …). Gelukszoekers? Ja. Daar is niets mis mee. Iedereen wil aan onheil ontkomen en het geluk zoeken en liefst ook vinden, zo al niet voor zichzelf, dan voor zijn of haar geliefden.

Maar nu? Carl Decaluwé, de gouverneur van West-Vlaanderen schijnt gezegd te hebben: “We moeten waakzaam zijn de komende dagen. De eerste asielzoeker is intussen al gespot en onderschept, met pak en zak op weg naar Zeebrugge. Er zullen er allicht nog meer volgen.”

Wie vroeger een mens in nood was, is nu een bedreiging geworden, die moet ‘gespot en onderschept’ worden, en maar meteen ook, want er kunnen er nog meer komen. Decaluwé wil geen bescherming bieden aan mensen in nood, maar wel aan wie in West-Vlaanderen veilig is. Blijkbaar zijn de mensen die hier bescherming zoeken een bedreiging voor eigen volk. Terwijl van over de hele wereld mensen hun toevlucht (asiel) zoeken in veilig Europa, roept de gouverneur op tot waakzaamheid om zijn burgers te beschermen tegen de dreiging die blijkbaar uitgaat van mensen op de vlucht. Asielzoekers met pak en zak op weg naar Zeebrugge: wil je “systematische grenscontroles” om die mensen tegen te houden, Decaluwé? En waar moeten zij dan naartoe? Vluchteling en asielzoeker: eerst mensen in nood, nu een dreiging die moet weerstaan worden.

 

PLEK-PLEK: EXECUTIONS

"Also memorable was Ms. [Laurie] Anderson's nutty explanation of why we're fortunate that Jesus was born in New Testament times, when executions were by crucifixion, rather than Old Testament times, when executions were by stoning (think sign of the cross)."

New York Times, 26 July, 2002

(In Syria and Iraq nowadays, it seems as if Old and New Testament times have merged.)

VERGETEN?

Christian Van Eyken is weer aan het werk als Vlaams Parlementslid. Begin dit jaar werd zijn parlementaire onschendbaarheid opgeheven, en op 27 januari werd hij door een Brusselse onderzoeksrechter formeel verdacht van moord en alvast maar gearresteerd. Van Eyken (61, ex-burgemeester van de Brusselse randgemeente Linkebeek) zou betrokken zijn bij de moord op de echtgenoot van zijn parlementair medewerkster, tevens geliefde. Een dag later werd de man al weer vrijgelaten; het aanhoudingsbevel bleek niet ondertekend door de onderzoeksrechter. Een nieuw arrestatiebevel uitschrijven omwille van dezelfde feiten kan niet,  indien men geen nieuwe elementen aanvoert – en die zijn er blijkbaar niet. Ongelukje?

Onmiddellijk werd hier & daar een tuchtonderzoek geëist, maar Luc Hennart, voorzitter van de Brusselse rechtbank van eerste aanleg en tuchtoverste van de onderzoeksrechter, weigert dat pertinent. Hij zou verklaard hebben: “Natuurlijk is dit erg. Heel erg. Al die moeite om zijn parlementaire onschendbaarheid te doen opheffen. Over eieren lopen om geen fouten te maken. En dan dit. Maar we mogen ons gelukkig prijzen dat het niet met een terrorist is gebeurd.”

Volgens Hennart is de ‘vergetelheid’ een gevolg van de permanente onderbezetting van zijn rechtbank, waarover hij trouwens al herhaaldelijk heeft geklaagd. Door het gebrek aan gekwalificeerd personeel heeft hij naar eigen zeggen al een schoonmaakster tijdelijk moeten aanstellen als griffier. De griffier van de betrokken onderzoeksrechter was dan eigenlijk weer chauffeur bij de rechtbank. In normale omstandigheden is het de griffier die toekijkt of aan alle vormvereisten van gerechtsstukken is voldaan, maar de chauffeur was daar (uiteraard) niet voor opgeleid.

En inderdaad, men verwacht niet dat Christian Van Eyken nu nog eens een keer vier moorden gaat plegen, of zichzelf tot ontploffing zal brengen in de metro. Voor rechtbankvoorzitter Hennart is dit vooral een kans om in de media weer volop de bezuinigingen op justitie aan te klagen. De Belgische regering heeft wel na de laatste aanslagen in Parijs 200 miljoen vrijgemaakt voor justitie, maar die gaat uitsluitend naar  zaken die met terrorismebestrijding te maken hebben. Net zoals op alle andere openbare diensten, wordt ook op het reguliere justitiewerk sterk bezuinigd. Rechtbanken zijn onderbezet, externe deskundigen (psychiaters, tolken en vertalers) moeten makkelijk meer dan een jaar wachten op de betaling van hun rekeningen, magistraten kopen zelf papier en inkt voor de printer omdat daar geen budget voor voorzien is, er is een structureel tekort aan gevangenispersoneel, er zou zelfs geen geld zijn voor het onderhoud en de vervanging van de uniformen. Zegt Hennart: “Ik heb het al vaker gezegd: we krijgen de justitie die we verdienen. Als er geen middelen zijn, krijg je dit soort toestanden.”

 

"IRREGELEITETE ARBEITER"

Pasolini mag dan al enig begrip hebben gehad voor het geweld van politieagenten (http://durieux.eu/blog/obspol-2), in volle aanloop naar de Deutscher Herbst laat Gerhard Zwerenz in zijn stadsroman Die Erde is unbewohnbar wie der Mond (1973) enkele linkse advocaten het volgende uitroepen:

 Student erschießt Polizist: Student ist ein Mörder. Polizist erschießt Student: Polizist handelte in Notwehr. Was gibts da noch zu tun? Nichts geht mehr außer einer Revolution. Den Bullen zeigen! Na eigentlich mehr denen, die hinter ihnen stehen. Bullen sind welche, die dumm genug sind, sich vorschicken zu lassen. Nein, Bullen sind auch Arbeiter, irregeleitete Arbeiter. Ach ach, irregeleitet, die deutschen Wehrmachtssoldaten waren auch irregeleitete Arbeiter. Die SS bestand zum Großteil aus irregeleiteten Arbeitern. Kommt uns bloß nicht mit den Irregeleiteten. Mitgegangen, mitgehangen.

 

FLIKKERLIG: UNGASS 2016

It’s been 17 years since world leaders assembled at the 1998 special session of the United Nations to discuss the global drug problem. The slogan of that meeting was, “A Drug-Free World: We Can Do It.” But they couldn’t do it. The effort to eliminate all drug production and impose a zero-tolerance approach to drug use didn’t work. In fact, these efforts have done more harm than good the world over. 

Open Society Foundations are calling for action to Stop the Harm.

Watch their short movie here.

 

PLEK-PLEK: NAAKTLOPEN

Uit De Standaard van vandaag:

Na meerdere klachten voor "naakt tuinieren, fietsen of dakwerken" is dakwerker V.V. (56) door de Brusselse rechtbank veroordeeld tot één jaar cel. "Ook omdat ik weigerde een cursus te volgen die me het leed zou laten inzien dat ik mijn slachtoffers aandeed."

Slachtoffers? Leed? Is dit België 2015?

Altijd aardig om bij Michel Onfray nog eens na te lezen hoe religie een cultuur heeft gecreëerd die lichamelijkheid haat: "... renoncez à tout usage sensuel et sexuel de votre corps. Vivez la chair comme si vous étiez un cadavre, éteignez en elle toute trace de concupiscence, interdisez-vous les plaisirs sensuels du regard, de l'ouïe, du toucher, de l'odorat, du goût, donnez-lui seulement le strict nécessaire pour survivre."

Théorie du corps amoureux. Paris, Bernard Grasset, 2000, 139.

PLEK-PLEK: PRIVACY

lettre ouverte à propos d'un projet éolien (30 octobre 2015)

Vue depuis Amcômont, photomontage dans l’étude d’incidences

 

Au collège des bourgmestre et échevins de Lierneux

                                                                                                                            

Monsieur le bourgmestre,

Madame et Messieurs les échevins,

 

La commune a publié un avis d’enquête publique concernant le projet de parc éolien situé au site nommé Lambiester.

Veuillez trouver ci-dessous ma réaction.

 

-          Dans le Programme de politique générale 2015-2018 (publié dans le bulletin communal de février 2015) le Collège écrit : « Le débat que nous devons vous proposer : préférons-nous un développement industriel porteur d’emplois et de rentrées communales ou un artisanat qui garantira un confort plus grand en termes de mobilité et d’environnement, … ? Sur base du résultat, nous prendrons des mesures adéquates. »
Ce débat, est-ce qu’il a eu lieu ? Si oui, quel en est le résultat ? Comment ce projet éolien s’inscrit-il dans le débat ? Est-ce qu’il fait part du développement industriel ? En tout cas, il ne semble pas contribuer à garantir un confort plus grand en termes d’environnement. Est-ce que le débat que vous avez annoncé en février serait donc déjà arrivé à sa conclusion en septembre ? Il nous semble qu’une décision sur l’implantation d’éoliennes à Lambiester ne puisse être prise que dans une vision claire du futur de la commune, et ceci après une large concertation démocratique.
(A ce propos, il aurait d’ailleurs été souhaitable qu’un dossier tellement important ait été consultable sur internet ; assez d’habitants n’ont pas eu l’occasion de se rendre à l’hôtel de ville pour y consulter à leur aise un dossier si épais.)

-          De nombreux gens ont choisi de vivre à Lierneux ou en Haute-Ardenne, non pas pour éprouver un développement industriel, mais à cause de la promesse de nature, quiétude, randonnées et paysages. Or, la commune se promeut elle-même sur son site dans ces termes : « Lierneux, site naturel remarquable, présente des paysages époustouflants, desquels transpirent une douceur et une beauté sans pareil. Toutes les zones « ouvertes » de la commune possèdent des vues splendides tant au niveau de la longueur de vue, de l’angle de vue, de la variété des paysages, du relief, que de l’harmonie qui s’en dégage. Lierneux bénéficie de 4 périmètres d’intérêt paysager et 13 points de vue remarquables. Lierneux possède 10 sites de grand intérêt biologique, 670 ha en Natura 2000, 5 réserves naturelles et un maillage de hameaux et villages dont l’architecture vernaculaire issue du savoir-faire des artisans met en œuvre les matériaux locaux tant minéraux que végétaux. »
En effet, et n’oublions surtout pas six éoliennes de 150m de haut qui dominent le panorama à n’importe quel point de vue dans la commune (regardez tous les photomontages inclus dans l’étude d’incidences).

-          Cette mention sur le site communal prouve d’ailleurs que la nature et ces panoramas forment eux aussi un atout économique, dans le sens que ces éléments séduisent des gens venant de près ou de loin à des séjours courts ou longs.

-          L’intérêt financier pour la commune que pourrait apporter le parc éolien est un intérêt à court terme. A long terme, c’est une nature de plus en plus rare mais bien protégée, qui constituera un intérêt fondamental pour de plus en plus de personnes. Dans une culture de durabilité, l’argent n’est pas le seul critère de richesse ; le bien-être est aussi une valeur économique. (D’ailleurs, la nouvelle centrale hydroélectrique qui sera réalisée à Coo à court terme, produira, dans les alentours immédiats de Lierneux, beaucoup plus d’énergie durable que le parc éolien de Lambiester.)

-          En ce qui concerne l’argument de l’énergie durable : nous ne sommes évidemment pas adversaires d’énergie durable, mais des parcs éoliens ne devraient pas se situer – comme ce serait le cas à Lambiester – aussi bien au milieu d’un bois que tout près d’une zone habitée. Il nous semble au moins contradictoire que l’on puisse détruire une bonne part de la nature qui nous entoure pour des raisons écologiques. Même aux Pays-Bas ou en Allemagne, où l’on a une longue expérience avec l’implantation d’éoliennes, la population commence à résister à ces projets pour cause des nuisances et des problèmes de santé, et de la pollution du paysage. Pourquoi ne pas prévoir ces implantations d’éoliennes le long des autoroutes aux endroits non boisés, ou mieux encore, dans des zoning industriels ?

 

Pour toutes ces raisons, je m'oppose  fermement à l'implantation d'éoliennes en forêt en général et sur le site de  Lambiester en particulier. Je veux insister à ce que le Collège exprime un avis défavorable à ce propos.

Veuillez, Madame et Messieurs, accepter mes sentiments respectueux, etc.

FLIKKERLIG: EVGENY MOROZOV

"La logica del capi­ta­li­smo neo­li­be­rale è tra­sfor­mare ogni cosa in merce. E que­sto vale anche per la privacy."

Un intervista con Evgeny Morozov sul manifestoIl Leviatano di Silicon Valley.

OBSPOL (2)

En plots stuit ik op deze foto van Hugo Correia uit 2012:

 

Persfotografe Patricia de Melo Moreira wordt aangevallen door een politieman tijdens een demonstratie in Lissabon (zie hierover The Guardian).

Als ik dit soort beelden zie, vraag ik mij vaak af: wat bezielt zo'n politieman? Wat bezielt iemand om in te slaan op een ongewapend persoon? De Melo is duidelijk niet gewapend; zij heeft zelfs geen helm op - gewoon een persfotografe die haar werk probeert te doen. 

Ineens moest ik denken aan de beruchte sneer van Pier Paolo Pasolini aan de studenten die op 1 maart 1968 demonstreerden in Rome en door de politie werden aangevallen:

Quando ieri a Valle Giulia avete fatto a botte
coi poliziotti,
io simpatizzavo coi poliziotti.
Perché i poliziotti sono figli di poveri.

"Toen gisteren op Valle Giulia jullie op de vuist zijn gegaan
met de politieagenten,
sympathiseerde ik met de politieagenten.
Omdat de politieagenten armeluiskinderen zijn."

De passage plaatste links Italië voor een raadsel. In een conflict tussen studenten die de gevestigde orde aanvielen en de politie, koos Pasolini de kant van de politie, omdat die bestond uit proletariërs?

Bij nader toezien is het natuurlijk iets gecompliceerder. Om te beginnen sympathiseert Pasolini niet met de politie, maar met de politieagenten. Bovendien is de 'uitspraak' slechts een kort fragment uit het gedicht 'Il PCI ai giovani' ('De Communistische partij aan de jongeren'), waarin hij zich rechtstreeks tot de “lieve jongens en meisjes” richt. De tekst dateert van 16 juni 1968, en begint heel expliciet met een verwijzing naar de confrontatie op Valle Giulia. Pasolini beschrijft kort hoe de demonstrerende studenten op sympathie kunnen rekenen in de media (het is volop Mei '68), maar niet bij hem. Voor hem zijn het slechts fils à papa, rijkeluiskinderen die voorbereid worden om de rol van hun ouders in de klassenmaatschappij over te nemen.  "Ik haat jullie zoals ik jullie papa's haat."

De politieagenten daarentegen komen uit de onderklasse, stedelijk of plattelands, en Pasolini kent die zelf maar al te goed. Hij kent de manier waarop zij kinderen en jongens geweest zijn, met een vader die zelf kind gebleven is omdat hij door de miserie waaruit hij zijn gezin niet kon halen, zelf geen gezag had. Duizend lire een schat, de moeder zwak als een vogeltje door een of andere ziekte, de talloze broertjes en zusjes, het souterrain boven de beerput, het appartement in de woonblokken, enz. enz.

En dan, kijk hoe ze aangekleed zijn: als paljassen. En het ergst van al, de psychologische staat waartoe zij gereduceerd zijn (en dat voor een schamele veertigduizend lire per maand):

senza più sorriso,
senza più amicizia col mondo,
separati,
esclusi (in un tipo d’esclusione che non ha uguali);
umiliati dalla perdita della qualità di uomini
per quella di poliziotti (l’essere odiati fa odiare).

"geen glimlach meer,
geen vriendschap meer met de wereld,
afscheiden,
uitgesloten (in een soort uitsluiting die geen gelijke heeft)
vernederd door het verlies van de hoedanigheid van mensen
voor die van politieagenten (gehaat zijn doet haten)."

En hij gaat door dat, uiteraard, hij ook tegen de politie is, maar “pak dan de magistratuur aan, eerder dan die politiemensen van jullie leeftijd”. Op Valle Giulia vond een stuk klassenstrijd plaats, en de studenten, hoewel zij gelijk hadden, waren de rijken, terwijl de politieagenten, die aan de kant van het ongelijk stonden, de armen waren. Bella vittoria, dunque.

Pasolini stelt zich voor hoe, net zoals de studenten de universiteit bezetten, jonge arbeiders hun fabriek zouden bezetten. Die zouden niet hoeven rekenen op de sympathie van Corriere della Sera, la Stampa, Newsweek of Le monde, en de politie zou zich in de fabriek zeker niet beperken tot het incasseren van wat klappen. Maar vooral, “hoe zou een jonge arbeider kunnen besluiten een fabriek te bezetten, zonder binnen de drie dagen van honger om te komen?” … “Dus ga jullie universiteit maar bezetten, maar geef ook de helft van wat jullie ouders voor jullie betalen aan de jonge arbeiders, zodat die, samen met jullie, ook hun fabriek kunnen bezetten.”

En toch: begrip of niet voor de mogelijke klassenverhoudingen in de demonstratie; wat bezielt zo'n figuur om ongewapende mensen aan te vallen, terwijl hij wel een wapen heeft? En al zou het klassenstrijd zijn tegen studenten (of in dit geval de fotografe) die een makkelijk leven leiden, en die (binnenkort) deel uitmaken van de heersende klasse, is dat een voldoende grond om sympathie te hebben voor een pauper, die anderen neerslaat om de orde te verdedigen die hem arm maakt en houdt? 

Syndicate content