NOG MEER TERREURBESTRIJDING

Hieronder de vertaling van grote delen van de tekst A propos du procès antiterroriste à venir contre des anarchistes et anti-autoritaires en Belgique :

“In 2010, terwijl de strijd tegen de bouw van een nieuw detentiecentrum in Steenokkerzeel voor mensen zonder papieren op gang komt, heeft de politie een lijst klaar van acties die worden toegeschreven aan de ‘anarchistische beweging’. Onderzoeksrechter Isabelle Panou wordt belast met het onderzoek, dat vanaf dan onder terreurbestrijding valt. In mei en in september 2013 heeft in dat kader een tiental huiszoekingen plaats, zowel in woningen als in de anarchistische bibliotheek Acrata in Brussel. Het is dan dat voor het eerst duidelijk wordt dat het gaat om een antiterreuronderzoek. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de antiterrorismesectie van de federale gerechtelijke politie, nu eens bijgestaan door de Staatsveiligheid, dan weer door de  inlichtingendienst van het leger of verschillende antiterrorismediensten van andere Europese staten. In 2014 wordt het onderzoek afgesloten; dat resulteert nu in de verwijzing naar de Raadkamer van twaalf anarchisten en anti-autoritairen. Tijdens een zitting in oktober 2015 werden de gebruikte opsporingsmethoden goedgekeurd (o.m. telefoontap, afluisterapparatuur in woningen, geheime huiszoekingen, videoregistratie in een woning), en dus komt de Raadkamer nu op 10 mei 2016 samen om te beslissen over doorverwijzing naar de rechtbank en de concrete aanklachten.

Het federaal parket heeft uit het onderzoek niet minder dan 29 individuele aanklachten gepuurd. Negen kameraden worden beschuldigd van lidmaatschap van een terroristische organisatie en van deelname aan terroristische activiteiten gedurende kortere of langere tijd. Drie van hen worden er bovendien van beschuldigd dat zij de aanvoerders of leidinggevenden zijn. Nog drie andere personen, die gearresteerd werden in de nasleep van een aanval op het politiebureau van de Marollen (in Brussel) worden, naast verschillende aanklachten in verband met deze aanval,  beschuldigd van het lidmaatschap voor één dag van een terreurgroep.

De algemene terrorisme-aanklacht wordt aangevuld met meer specifieke beschuldigingen zoals deelname aan een verboden demonstratie voor het gesloten centrum 127bis in Steenokkerzeel (door het parket omschreven als poging tot brandstichting en ‘terroristische inbreuk’), slagen en verwondingen aan politieagenten, versperring van de openbare weg, winkeldiefstal, aanzetten tot terroristische misdrijven, … Deze specifieke aanklachten gelden telkens voor specifieke kameraden, dus niet iedereen wordt van alle feiten beschuldigd.

Tegen de achtergrond van dit onderzoek dat verschillende jaren geduurd heeft, en niet minder dan 32 mappen met paperassen heeft opgeleverd, lanceert het federale parket de hypothese dat met name in Brussel een ‘anarchistische terreurgroep’ actief is, en dat de beschuldigden zouden deelgenomen hebben aan deze activiteiten, of ze tenminste hebben bevorderd. Men vermeldt bijvoorbeeld een lange lijst van een honderdvijftigtal aanvallen, voor een goed deel brandstichtingen, tegen de structuren van de dominantie, politiecommissariaten, rechtbanken, banken, ondernemingen die goed geld verdienen aan het opsluiten van mensen, bouwwerven, de wagens van diplomaten en NAVO-medewerkers, mobiele-telefoonzendmasten, … Al deze aanvallen zouden plaats gehad hebben in Brussel en omgeving, in de periode van 2008 tot 2013.

Het verzinnen van een terreurgroep die verantwoordelijk is voor al deze feiten, maakt heel wat kronkels in de aanklachten mogelijk. Een bibliotheek wordt een rekruteringslokaal; discussiebijeenkomsten worden clandestiene vergaderingen; pamfletten en kranten met anarchistische kritiek worden handleidingen voor stadsguerrilla; manifestaties en bijeenkomsten worden oproepen tot terrorisme; banden tussen personen die actie voeren en de zelforganisatie die daaruit kan voortkomen, worden een ‘gestructureerde terreurgroep’. Door de poging om een handvol anarchisten die dwarsliggen achter de tralies te krijgen, probeert de staat de weerspannigen te ontmoedigen om in actie te komen tegen dat wat ons onderdrukt en uitbuit; zo probeert zij de verlangens, de mogelijkheden, de overwegingen en de kritieken die zich richten tegen deze autoritaire wereld te smoren.

Wat dus nu voor de rechter gedaagd wordt, is een heel mozaïek van strijd, revolte, ideeën, directe actie, kritieken, revolutionaire verbeelding, agitatie, die gedurende jaren geprobeerd hebben de structuren van dominantie aan te vallen. In die zin treft een eventueel proces niet alleen de aangeklaagde kameraden, maar elk individu, elke anarchist, elke revolutionair, ieder die zich verzet tegen de orde, en die niet met de armen gekruist wil blijven tegen uitbuiting en onderdrukking. Wat men viseert, is het zoeken naar autonomie in de actie, de zelforganisatie in de strijd, de directe actie in al haar verscheidenheid, de keuze om anarchistische en revolutionaire ideeën te verdedigen en te verspreiden, om samen met anderen deel te nemen aan de zelf georganiseerde en autonome weerstand.

Het zou gek zijn om de repressie die nu gericht wordt tegen enkele anarchisten en anti-autoritairen los te zien van het repressieve geheel dat – vaak preventief – tracht elke revolte of kritiek op de bestaande orde klein te krijgen. Met ‘terreurdreiging’, vluchtelingencrisis, misdaadbestrijding en echte oorlogen, wordt de repressie door de staat steeds sterker. In een tijd waarin veranderingen en herstructureringen steeds sneller de sociale conflictgebieden wijzigen, is het neutraliseren van hen die storen door hun gedachtengoed en hun acties een onderdeel van de strijd tegen de uitgebuiten en de onderdrukten: de verharding van de levensomstandigheden, de militarisering van de grenzen, de implementatie van massale technologische controle, de bouw van nieuwe detentiekampen, …

Zich verdedigen tegen dit repressieve systeem dat kameraden voor de rechter wil brengen op beschuldiging van terrorisme, betekent weerstand bieden aan de staat die elke subversieve actie wil verlammen en tegelijk de ruimte verdedigen om anarchistisch en anti-autoritair te handelen.”

April 2016

http://www.lacavale.be

 

MAART 1961 - EINDE

Terwijl Guy Debord & co aan de zesde aflevering van internationale situationniste werken, verschijnt in Amsterdam het pamflet 'Einde'.

Sinds de bevrijding heeft Ons Volk zich weten op te werken tot een Welvaartsstaat, waar alleen de vrijheid tot armoede en ellende zijn bestaansrecht heeft verloren. Deze resultaten zijn tot stand gekomen, zonder dat er van enige bloei op het terrein der kultuur sprake is geweest. Waar de Nederlandse kunst is afgezakt tot een provinciaal peil, stijgt de waarde van de Gulden. Was het tot nog toe heiligschennis te twijfelen aan de slogan: “zonder kultuur kan een volk niet leven”, nu verklaren wij:

Het Nederlandse Volk heeft voor zijn welzijn geen kunst nodig, ja: kunst kan gemist worden als kiespijn!

Uw werkster verdrijft haar verveling met moderne muziek, uw tandarts verzamelt moderne kunst, uw boekhouder amuseert zich met de machines van Tinguely:

U kunt met kunst uw status niet meer verbeteren!

Een aantal vooraanstaande kunstenaars neemt tans het initiatief:

1.    Besluit het vervaardigen van kunstvoortbrengselen te staken;

2.    De likwidatie te bevorderen van alle instellingen, die zich nog aan de kunst verrijken.

In Kopenhagen sloten wij zodoende de avantgarde-galerie Køpcke, en verbraken alle winstgevende betrekkingen. In eigen land wordt begonnen met de sluiting van de zgn.Galerie 207 (Willemsparkweg 207) te Amsterdam. Voortaan zullen ondergetekenden zich doorlopend belasten met het opheffen van kunstkringen en het sluiten van tentoonstellingsruimten, waaraan dan eindelijk een waardiger bestemming kan worden gegeven.

 

Voor de Galerie 207 te A’dam: Cornelius Rogge

Het voorlopig actiecomité:

Armando (Amsterdam), Bazon Brock (Itzehoe), Henderikse (Düsseldorf), Arthur Køpcke (Kopenhagen), Silvano Lora (Parijs), Piero Manzoni (Milaan), Megert (Bern), Henk Peeters (Arnhem), Schoonhoven (Delft)

 

Manzoni (« Il n’y a rien à dire; on ne peut que être, on ne peut que vivre ») stierf korte tijd later ; hij was 29.

 

ASIELZOEKER

Waar is de tijd dat de termen asielzoeker of vluchteling nog verwezen naar mensen in nood? Vluchteling, in de enge juridische zin van het Vluchtelingenverdrag (dat in de Vlaamse media consequent de Conventie van Genève wordt genoemd – alsof er in Genève ooit maar één verdrag is ondertekend), was hij (zij) “die uit gegronde vrees voor vervolging wegens zijn ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging, zich bevindt buiten het land waarvan hij de nationaliteit bezit, en die de bescherming van dat land niet kan of, uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil inroepen, of die, indien hij geen nationaliteit bezit en ten gevolge van bovenbedoelde gebeurtenissen verblijft buiten het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had, daarheen niet kan of, uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil terugkeren.” Die mensen hadden het recht om niet teruggestuurd te worden naar het land dat zij ontvlucht waren, en om asiel (= bescherming) aan te vragen in het land waar zij naartoe waren getrokken. Asielzoekers zoeken bescherming tegen vervolging.

In de brede zin van het woord waren vluchtelingen mensen die rampspoed allerlei ontvluchtten (oorlog, geweld, armoede, milieurampen, honger, mensonterende praktijken allerhande, …). Gelukszoekers? Ja. Daar is niets mis mee. Iedereen wil aan onheil ontkomen en het geluk zoeken en liefst ook vinden, zo al niet voor zichzelf, dan voor zijn of haar geliefden.

Maar nu? Carl Decaluwé, de gouverneur van West-Vlaanderen schijnt gezegd te hebben: “We moeten waakzaam zijn de komende dagen. De eerste asielzoeker is intussen al gespot en onderschept, met pak en zak op weg naar Zeebrugge. Er zullen er allicht nog meer volgen.”

Wie vroeger een mens in nood was, is nu een bedreiging geworden, die moet ‘gespot en onderschept’ worden, en maar meteen ook, want er kunnen er nog meer komen. Decaluwé wil geen bescherming bieden aan mensen in nood, maar wel aan wie in West-Vlaanderen veilig is. Blijkbaar zijn de mensen die hier bescherming zoeken een bedreiging voor eigen volk. Terwijl van over de hele wereld mensen hun toevlucht (asiel) zoeken in veilig Europa, roept de gouverneur op tot waakzaamheid om zijn burgers te beschermen tegen de dreiging die blijkbaar uitgaat van mensen op de vlucht. Asielzoekers met pak en zak op weg naar Zeebrugge: wil je “systematische grenscontroles” om die mensen tegen te houden, Decaluwé? En waar moeten zij dan naartoe? Vluchteling en asielzoeker: eerst mensen in nood, nu een dreiging die moet weerstaan worden.

 

PLEK-PLEK: EXECUTIONS

"Also memorable was Ms. [Laurie] Anderson's nutty explanation of why we're fortunate that Jesus was born in New Testament times, when executions were by crucifixion, rather than Old Testament times, when executions were by stoning (think sign of the cross)."

New York Times, 26 July, 2002

(In Syria and Iraq nowadays, it seems as if Old and New Testament times have merged.)

VERGETEN?

Christian Van Eyken is weer aan het werk als Vlaams Parlementslid. Begin dit jaar werd zijn parlementaire onschendbaarheid opgeheven, en op 27 januari werd hij door een Brusselse onderzoeksrechter formeel verdacht van moord en alvast maar gearresteerd. Van Eyken (61, ex-burgemeester van de Brusselse randgemeente Linkebeek) zou betrokken zijn bij de moord op de echtgenoot van zijn parlementair medewerkster, tevens geliefde. Een dag later werd de man al weer vrijgelaten; het aanhoudingsbevel bleek niet ondertekend door de onderzoeksrechter. Een nieuw arrestatiebevel uitschrijven omwille van dezelfde feiten kan niet,  indien men geen nieuwe elementen aanvoert – en die zijn er blijkbaar niet. Ongelukje?

Onmiddellijk werd hier & daar een tuchtonderzoek geëist, maar Luc Hennart, voorzitter van de Brusselse rechtbank van eerste aanleg en tuchtoverste van de onderzoeksrechter, weigert dat pertinent. Hij zou verklaard hebben: “Natuurlijk is dit erg. Heel erg. Al die moeite om zijn parlementaire onschendbaarheid te doen opheffen. Over eieren lopen om geen fouten te maken. En dan dit. Maar we mogen ons gelukkig prijzen dat het niet met een terrorist is gebeurd.”

Volgens Hennart is de ‘vergetelheid’ een gevolg van de permanente onderbezetting van zijn rechtbank, waarover hij trouwens al herhaaldelijk heeft geklaagd. Door het gebrek aan gekwalificeerd personeel heeft hij naar eigen zeggen al een schoonmaakster tijdelijk moeten aanstellen als griffier. De griffier van de betrokken onderzoeksrechter was dan eigenlijk weer chauffeur bij de rechtbank. In normale omstandigheden is het de griffier die toekijkt of aan alle vormvereisten van gerechtsstukken is voldaan, maar de chauffeur was daar (uiteraard) niet voor opgeleid.

En inderdaad, men verwacht niet dat Christian Van Eyken nu nog eens een keer vier moorden gaat plegen, of zichzelf tot ontploffing zal brengen in de metro. Voor rechtbankvoorzitter Hennart is dit vooral een kans om in de media weer volop de bezuinigingen op justitie aan te klagen. De Belgische regering heeft wel na de laatste aanslagen in Parijs 200 miljoen vrijgemaakt voor justitie, maar die gaat uitsluitend naar  zaken die met terrorismebestrijding te maken hebben. Net zoals op alle andere openbare diensten, wordt ook op het reguliere justitiewerk sterk bezuinigd. Rechtbanken zijn onderbezet, externe deskundigen (psychiaters, tolken en vertalers) moeten makkelijk meer dan een jaar wachten op de betaling van hun rekeningen, magistraten kopen zelf papier en inkt voor de printer omdat daar geen budget voor voorzien is, er is een structureel tekort aan gevangenispersoneel, er zou zelfs geen geld zijn voor het onderhoud en de vervanging van de uniformen. Zegt Hennart: “Ik heb het al vaker gezegd: we krijgen de justitie die we verdienen. Als er geen middelen zijn, krijg je dit soort toestanden.”

 

"IRREGELEITETE ARBEITER"

Pasolini mag dan al enig begrip hebben gehad voor het geweld van politieagenten (http://durieux.eu/blog/obspol-2), in volle aanloop naar de Deutscher Herbst laat Gerhard Zwerenz in zijn stadsroman Die Erde is unbewohnbar wie der Mond (1973) enkele linkse advocaten het volgende uitroepen:

 Student erschießt Polizist: Student ist ein Mörder. Polizist erschießt Student: Polizist handelte in Notwehr. Was gibts da noch zu tun? Nichts geht mehr außer einer Revolution. Den Bullen zeigen! Na eigentlich mehr denen, die hinter ihnen stehen. Bullen sind welche, die dumm genug sind, sich vorschicken zu lassen. Nein, Bullen sind auch Arbeiter, irregeleitete Arbeiter. Ach ach, irregeleitet, die deutschen Wehrmachtssoldaten waren auch irregeleitete Arbeiter. Die SS bestand zum Großteil aus irregeleiteten Arbeitern. Kommt uns bloß nicht mit den Irregeleiteten. Mitgegangen, mitgehangen.

 

FLIKKERLIG: UNGASS 2016

It’s been 17 years since world leaders assembled at the 1998 special session of the United Nations to discuss the global drug problem. The slogan of that meeting was, “A Drug-Free World: We Can Do It.” But they couldn’t do it. The effort to eliminate all drug production and impose a zero-tolerance approach to drug use didn’t work. In fact, these efforts have done more harm than good the world over. 

Open Society Foundations are calling for action to Stop the Harm.

Watch their short movie here.

 

PLEK-PLEK: NAAKTLOPEN

Uit De Standaard van vandaag:

Na meerdere klachten voor "naakt tuinieren, fietsen of dakwerken" is dakwerker V.V. (56) door de Brusselse rechtbank veroordeeld tot één jaar cel. "Ook omdat ik weigerde een cursus te volgen die me het leed zou laten inzien dat ik mijn slachtoffers aandeed."

Slachtoffers? Leed? Is dit België 2015?

Altijd aardig om bij Michel Onfray nog eens na te lezen hoe religie een cultuur heeft gecreëerd die lichamelijkheid haat: "... renoncez à tout usage sensuel et sexuel de votre corps. Vivez la chair comme si vous étiez un cadavre, éteignez en elle toute trace de concupiscence, interdisez-vous les plaisirs sensuels du regard, de l'ouïe, du toucher, de l'odorat, du goût, donnez-lui seulement le strict nécessaire pour survivre."

Théorie du corps amoureux. Paris, Bernard Grasset, 2000, 139.

PLEK-PLEK: PRIVACY

lettre ouverte à propos d'un projet éolien (30 octobre 2015)

Vue depuis Amcômont, photomontage dans l’étude d’incidences

 

Au collège des bourgmestre et échevins de Lierneux

                                                                                                                            

Monsieur le bourgmestre,

Madame et Messieurs les échevins,

 

La commune a publié un avis d’enquête publique concernant le projet de parc éolien situé au site nommé Lambiester.

Veuillez trouver ci-dessous ma réaction.

 

-          Dans le Programme de politique générale 2015-2018 (publié dans le bulletin communal de février 2015) le Collège écrit : « Le débat que nous devons vous proposer : préférons-nous un développement industriel porteur d’emplois et de rentrées communales ou un artisanat qui garantira un confort plus grand en termes de mobilité et d’environnement, … ? Sur base du résultat, nous prendrons des mesures adéquates. »
Ce débat, est-ce qu’il a eu lieu ? Si oui, quel en est le résultat ? Comment ce projet éolien s’inscrit-il dans le débat ? Est-ce qu’il fait part du développement industriel ? En tout cas, il ne semble pas contribuer à garantir un confort plus grand en termes d’environnement. Est-ce que le débat que vous avez annoncé en février serait donc déjà arrivé à sa conclusion en septembre ? Il nous semble qu’une décision sur l’implantation d’éoliennes à Lambiester ne puisse être prise que dans une vision claire du futur de la commune, et ceci après une large concertation démocratique.
(A ce propos, il aurait d’ailleurs été souhaitable qu’un dossier tellement important ait été consultable sur internet ; assez d’habitants n’ont pas eu l’occasion de se rendre à l’hôtel de ville pour y consulter à leur aise un dossier si épais.)

-          De nombreux gens ont choisi de vivre à Lierneux ou en Haute-Ardenne, non pas pour éprouver un développement industriel, mais à cause de la promesse de nature, quiétude, randonnées et paysages. Or, la commune se promeut elle-même sur son site dans ces termes : « Lierneux, site naturel remarquable, présente des paysages époustouflants, desquels transpirent une douceur et une beauté sans pareil. Toutes les zones « ouvertes » de la commune possèdent des vues splendides tant au niveau de la longueur de vue, de l’angle de vue, de la variété des paysages, du relief, que de l’harmonie qui s’en dégage. Lierneux bénéficie de 4 périmètres d’intérêt paysager et 13 points de vue remarquables. Lierneux possède 10 sites de grand intérêt biologique, 670 ha en Natura 2000, 5 réserves naturelles et un maillage de hameaux et villages dont l’architecture vernaculaire issue du savoir-faire des artisans met en œuvre les matériaux locaux tant minéraux que végétaux. »
En effet, et n’oublions surtout pas six éoliennes de 150m de haut qui dominent le panorama à n’importe quel point de vue dans la commune (regardez tous les photomontages inclus dans l’étude d’incidences).

-          Cette mention sur le site communal prouve d’ailleurs que la nature et ces panoramas forment eux aussi un atout économique, dans le sens que ces éléments séduisent des gens venant de près ou de loin à des séjours courts ou longs.

-          L’intérêt financier pour la commune que pourrait apporter le parc éolien est un intérêt à court terme. A long terme, c’est une nature de plus en plus rare mais bien protégée, qui constituera un intérêt fondamental pour de plus en plus de personnes. Dans une culture de durabilité, l’argent n’est pas le seul critère de richesse ; le bien-être est aussi une valeur économique. (D’ailleurs, la nouvelle centrale hydroélectrique qui sera réalisée à Coo à court terme, produira, dans les alentours immédiats de Lierneux, beaucoup plus d’énergie durable que le parc éolien de Lambiester.)

-          En ce qui concerne l’argument de l’énergie durable : nous ne sommes évidemment pas adversaires d’énergie durable, mais des parcs éoliens ne devraient pas se situer – comme ce serait le cas à Lambiester – aussi bien au milieu d’un bois que tout près d’une zone habitée. Il nous semble au moins contradictoire que l’on puisse détruire une bonne part de la nature qui nous entoure pour des raisons écologiques. Même aux Pays-Bas ou en Allemagne, où l’on a une longue expérience avec l’implantation d’éoliennes, la population commence à résister à ces projets pour cause des nuisances et des problèmes de santé, et de la pollution du paysage. Pourquoi ne pas prévoir ces implantations d’éoliennes le long des autoroutes aux endroits non boisés, ou mieux encore, dans des zoning industriels ?

 

Pour toutes ces raisons, je m'oppose  fermement à l'implantation d'éoliennes en forêt en général et sur le site de  Lambiester en particulier. Je veux insister à ce que le Collège exprime un avis défavorable à ce propos.

Veuillez, Madame et Messieurs, accepter mes sentiments respectueux, etc.

Syndicate content