ABOU JAHJAH, KOP VAN JUT

Nu het relletje rond De Bezige Bij en Dyab Abou Jahjah met een sisser is afgelopen, is het goed eens terug te kijken naar wat er mogelijk echt aan de hand was. In Belgische media (De Standaard, De ideale wereld) werd het voorgesteld alsof enkele Nederlandse auteurs problemen hadden met het imago van Abou Jahjah als woordvoerder van een nieuwe generatie islamitische jongeren. David Van Reybroeck en Tom Lanoye wezen dan weer op de achterstand van Vlaanderen ten opzichte van Nederland wanneer het gaat om de maatschappelijke integratie van moslims, en op het feit dat er dus ook vandaag een verschil in toonaard kan zijn in het streven naar emancipatie.

Toch is dit cultuurverschil niet waar het initieel om ging. De heisa werd uitgelokt door enkele schrijvers en columnisten die moeite hebben met Abou Jahjah’s kritiek op het Israëlische beleid tegenover de Palestijnen. Het relletje haalde de Belgische media toen De groene Amsterdammer zich begin april verplicht voelde om drie volle pagina’s te wijden aan de verontwaardiging van enkele auteurs van De Bezige Bij (Theodor Holman, Leon de Winter, Jessica Durlacher en Marcel Möring) over een boekcontract voor Abou Jahjah. Het gaat om de uitgave van ‘Pleidooi voor radicalisering’, een pamflet van 96 pagina’s, dat in september zou verschijnen in de Horzelreeks. Met die verontwaardiging waren zij overigens behoorlijk laat: het contract werd al in februari gesloten. En gek genoeg, de auteur zat al bij De Bezige Bij. Op de website van de uitgeverij wordt zijn ‘Dagboek Beiroet-Brussel’ voor € 20,95 aangeboden als print on demand,

Meteen werd de argumentatie bovengehaald waarin kritiek op Israël en antizionisme gelijkgesteld worden aan antisemitisme en oproepen tot jodenhaat. Die retorische truc is natuurlijk niet nieuw, maar misschien is het goed om er nu nog eens naar te kijken tegen de achtergrond van de beweging Boycott, Divestment and Sanctions (BDS), die over de hele wereld groeiende steun verwerft en tot enige onrust leidt in Israël (en blijkbaar ook binnen de Amsterdamse grachtengordel).

 

Antizionisme = antisemitisme?

Leon de Winter (meneer Durlacher) en Jessica Durlacher (mevrouw De Winter) staan te pas en te onpas op de barricaden om bij enige kritiek op Israël ‘antisemitisme!’ te roepen. In Vrij Nederland van 5 april 2003 geven zij een dubbelinterview. Daarin schrijft interviewer, VN-redacteur Max van Weezel: “Voor de Palestijnen is de situatie niet leuk, beseft het echtpaar. Maar er worden zoveel volkeren onderdrukt – van de Hutu’s in Rwanda tot de Tsjetsjenen in Rusland. Maar daar hoor je de media niet over. Die hebben het liever over de wandaden van de Israëliërs omdat dat joden zijn.”

Redactrice Margreet Fogteloo, die de zaak onder de aandacht brengt in De groene Amsterdammer, citeert dan weer Theodor Holman: “Zijn ze gek geworden? Geert Lubberhuizen, oprichter van De Bezige Bij, zat in het verzet, samen met leden van de Paroolgroep. Ze hielpen Joodse kinderen de oorlog door.” Dan denk ik: ja, nou en? Waarom zou je niet in het verzet tegen de nazi’s kunnen zitten en ‘Joodse kinderen de oorlog door helpen’, en nu tegen de Israëlische politiek zijn en de Palestijnen steunen in hun verzet tegen de bezetting? Jessica Durlacher wordt in hetzelfde stuk vermeld met de uitspraak: “Iemand die het woord zionisten gebruikt voor joden en zichzelf een fanatiek antizionist noemt, tja, hoe noem je zo iemand?” Tja, hoe noem je anders iemand die bewust kritiek op de Israëlische politiek gelijkstelt met antisemitisme en jodenhaat?  Daarmee worden overigens meteen ook joodse antizionistische organisaties als Een ander Joods geluid in Nederland of Een andere Joodse stem in België weggezet als verraders of in het beste geval misleide en onnadenkende naïevelingen.

Maar noch in de geschiedenis, noch vandaag is er een één-op-één relatie tussen joden en Israël. Zelfs in de periode van de affaire-Dreyfus en de pogroms in Rusland aan het eind van de negentiende eeuw was slechts een zeer kleine minderheid van de Europese joden geïnteresseerd in het nationale project van de grondlegger van het zionisme, Theodor Herzl. Sterker nog, vóór de tweede wereldoorlog gingen antisemitisme en zionisme heel goed samen: de oprichting van een Joodse staat zou de mogelijkheid bieden om de joden uit Europa weg te krijgen. Vandaag zijn de hevigste zionisten dan weer vaak evangelische christenen. Bekijk de recente EO-reportage over Kris Carlier die met steun van Christenen voor Israël in Oekraïne onvermoeibaar joodse gezinnen opzoekt om hen te overtuigen zich in het Beloofde Land  te vestigen. Christenen voor Israël is al twintig jaar bezig met dat project ‘Breng de Joden thuis’. De christelijke steun aan het zionisme heeft trouwens wat dubbelzinnigs, lijkt mij. Volgens hun geheel eigen evangelische lezing van de bijbel is de terugkeer van de joden naar het Beloofde Land immers een voorwaarde voor de vestiging van het Koninkrijk Gods. Maar helaas, daar schieten die joden dan weinig mee op; terwijl zij nog aan het wachten zijn op de komst van de Messias, zullen zij niet gered worden op de dag van het Laatste Oordeel, tenzij zij zich inmiddels bekeerd hebben tot Jezus. Niks uitverkoren volk dus uiteindelijk.

Het is niet aan mij om hier Abou Jahjah te verdedigen, daar draait dit stuk ook niet om. Ik kan alleen zeggen dat in wat ik van hem lees – zijn wekelijkse column in een Vlaamse krant – ik niet kan zien dat hij ooit joden heeft aangevallen omdat zij jood zijn. Integendeel, steeds valt mij op hoe zorgvuldig hij het onderscheid tussen joden en zionisten in stand houdt. En als hij al eens beweerd heeft dat Israël moet verdwijnen, lijkt mij dat nog altijd een stuk minder heftig dan de politiek van de voldongen feiten waarmee Israël bezig is geheel Palestina in te palmen (onder meer door de verwoesting van scholen, speelplaatsen, havens, die met Europees belastinggeld zijn gebouwd).

 

‘Minder grijpbaar’

Magreet Fogteloo schrijft zelf over De Bezige Bij: “uitgerekend deze uitgeverij, geworteld in het verzet tegen de nazi’s, gaat in zee met iemand die openlijk antizionistisch is en – minder grijpbaar – antisemitisch.” Wat moet je begrijpen onder antisemitisme dat ‘minder grijpbaar’ is? Het is er wel, maar je merkt het niet? Betekent dit dat in haar ogen Abou Jahjah’s antisemitisme verborgen zit in zijn antizionisme? Dan neemt zij gewoon het standpunt van Holman & co over. Misschien speelt hier sympathie of solidariteit met naaste collega’s. Theodor Holman heeft in De groene een wekelijkse column onder de naam Opheffer; Marcel Möring schrijft er min of meer regelmatig een rubriek Technologica (vaak komisch en herkenbaar). Maar misschien is er ook meer aan de hand.

Volgens Fogteloo is vooral onder linkse intellectuelen “‘de joodse zaak’ niet meer populair, het mededogen voor gediscrimineerde minderheden heeft zich verlegd naar moslims. De nieuwe solidariteit is terug te voeren op het voortdurende conflict in Israël en het brute geweld tegen de Palestijnen. De wet van het getal doet de rest: er zijn miljoenen moslimmigranten in Europa die luid van zich laten horen, terwijl de joodse gemeenschap na de Tweede Wereldoorlog is geminimaliseerd en verregaand geassimileerd.” Probeert de redactie dan tegendraads te zijn, door als ‘genuanceerd weekblad’, zoals hoofdredactrice Xandra Schutte haar blad noemt, ruimte te bieden aan zionistische argumenten? Of geloven zij daar nog steeds in de idee van een links zionisme?

 

Boycot, Desinvesteren en Sancties

Misschien wel. Zo maakte De groene Amsterdammer op 25 juni 2015 vier volledige pagina’s vrij voor twee bijdragen tegen de beweging Boycot, Desinvesteren en Sancties (BDS). Oud-redactrice Anet Bleich mocht een gastcolumn schrijven, waaruit de redactie in dikke letters het citaat naar voren haalde “Van links Nederland mag ik toch wel verwachten dat het Israël niet als een hete aardappel laat vallen?”. Toegegeven, het stuk zelf is genuanceerder in zijn argumentatie, maar ook hier weer die gelijkstelling van Israël (in dit geval beperkt tot Tel Aviv) en joden (in Mokum).

Ook mag Natascha van Weezel over drie pagina’s beargumenteren dat de eisen van de voorstanders van een economische en culturele boycot van Israël niet helemaal koosjer zijn. (Wie? Jawel, Natascha is de dochter van Max van Weezel en Anet Bleich, die hierboven al ter sprake kwamen, en die in de jaren 1970 en ’80 bekend waren als redacteuren van de twee belangrijkste linkse weekbladen in Nederland, respectievelijk Vrij Nederland en De groene Amsterdammer. Vooral Anet Bleich had er toen al een handje van weg om elke kritiek op het zionisme of Israël af te doen als smerig antisemitisme – ik herinner mij haar razende tirade in het blad tegen het boek van Lukas Catherine De zonen van Godfried van Bouillon – de zionistische lobby in België  uit 1980). 

Maar goed, Natascha van Weezel. Het argument dat een boycot op het gebied van economie, wetenschap, cultuur en sport wel degelijk heeft bijgedragen tot het einde van het apartheidsregime in Zuid-Afrika gaat volgens haar niet op, want “het is op zijn minst prematuur” om Israël een apartheidsstaat te noemen. Immers, de Arabische inwoners van Israëlische steden hebben “in theorie nog steeds gelijke rechten” en de bezetting van de Westelijke Jordaanoever wordt door Israël beschouwd als tijdelijk, en gedicteerd door de omstandigheden. Eerder dan van apartheid, is er in Israël en Palestina “veeleer sprake van een onopgeloste strijd om grondgebied”. Ook het argument dat BDS tenminste vreedzaam protest is, is relatief volgens Van Weezel: “Alleen bestaat er een dunne lijn tussen vreedzaam handelen en de stap naar het gebruik van verbaal of fysiek geweld. Doordat de bds-beweging constant hamert op de ‘schandalige misdaden’ die Israël begaat en inwoners van het land af en toe voor nazi’s uitmaakt, lopen sommige acties uit de hand.” Volgt het voorbeeld van Kopenhagen, waar vier bussen in brand gestoken werden en met anti-Israëlische leuzen beklad, nadat het gemeentelijk vervoersbedrijf besloten had BDS-reclame van de bussen te verwijderen. Dit soort geweld, ze zullen er in Gaza eens hartelijk om lachen, denk ik.

Tenslotte, “het belangrijkste bezwaar tegen Boycot, Desinvesteren en Sancties”, schrijft Natascha van Weezel, “is het gevaar dat je er precies de verkeerde mensen mee treft. Met een economische boycot raak je bedrijven en grote concerns, die voor een deel werkzaam zijn in bezet gebied. Maar met de academische en culturele boycot raak je individuen.” Zij heeft het dan onder andere over kunstenaars en schrijvers als Amos Oz en David Grossman, die minstens evenzeer in de maag zitten met de bezetting als BDS. Verder vermeldt zij een aantal culturele initiatieven, waarin Palestijnse en Israëlische kunstenaars al dan niet tot een geslaagde samenwerking konden komen.

Tegen die voorbeelden staan er echter ook andere. Zo citeert Salon.com op 11 april 2016 een brief van 22 Israëlische antropologen aan de American Anthropological Association (AAA): “We agree that we have reached a crisis point, where under certain international conditions, another mass expulsion of Palestinians could occur—or worse… We believe it is possible to take a positive stand against this reality. The Palestinian call for BDS is at its core an anti-colonial, non-violent form of international protest against an enormously violent occupation.” De brief is een bijdrage aan de stemming die van 15 april tot 31 mei binnen de AAA loopt over een resolutie  tot academische boycot van Israël. In december 2014 werd met meer dan 630 stemmen tegen 52 besloten de resolutie voor te leggen aan de gehele organisatie.  De AAA bundelt tientallen academische beroeps- en studentenorganisaties en zou meteen de grootste academische vereniging zijn die dit standpunt inneemt.

En wat artiesten betreft, in februari 2015 bijvoorbeeld tekenden nog meer dan duizend Britse kunstenaars (waaronder Brian Eno, Julie Christie, Richard Barrett, John Berger, Adrian Sherwood) deze Artists’ Pledge: “We support the Palestinian struggle for freedom, justice and equality. In response to the call from Palestinian artists and cultural workers for a cultural boycott of Israel, we pledge to accept neither professional invitations to Israel, nor funding, from any institutions linked to its government until it complies with international law and universal principles of human rights.” In België timmert BACBI (Belgian Campaign For An Academic And Cultural Boycott Of Israel) al een tijdje aan de weg.

 

Doet het toch pijn?

Is het overdreven te stellen dat Boycot, Desinvesteren en Sancties  wereldwijd aan belang wint? Vermoedelijk niet. Zo werd op 10 mei van dit jaar bekend dat Omar Barghouti, een van de oprichters van de Palestijnse BDS-beweging, geen reisdocumenten meer krijgt van Israël en dat zijn permanente verblijfsvergunning mogelijk zal worden ingetrokken. Die beslissing werd overigens al min of meer aangekondigd op de conferentie Stop BDS, einde maart in Jeruzalem. Hoewel de meer dan duizend aanwezigen (president Rivlin, parlementsleden en andere politici, inlichtingendiensten, journalisten, zakenlui, …) voortdurend hoorden verklaren dat Boycott, Divestment and Sanctions eigenlijk weinig voorstelt, gaven de verslagen in Israëlische media (972mag.com, mondoweiss.net, Jerusalem Post) toch een ander beeld. Zo waarschuwde de hoofdredacteur van de organiserende krant dat Israël niet over vijf of tien jaar terecht mag komen in de situatie van Zuid-Afrika tijdens de boycot. Minister van Inlichtingen, Atoomenergie en Vervoer Yisrael Katz opperde het idee om militanten van de BDS-beweging gericht uit te schakelen. (Het is dezelfde Katz, die na de aanslagen van 22 maart in Brussel, verklaarde dat de Belgen zich teveel bezig houden met chocolade eten en van het leven genieten, en beter een voorbeeld zouden nemen aan Israël.) Ook aan het woord kwamen verder onder meer ex-minister van Justitie Tzipi Livni, de voorzitter van het World Jewish Congress Ron Lauder, comedian Roseanne Barr en president Rivlin zelf. Kortom, misschien kwamen al die mensen die getuigden hoe onbelangrijk de boycot is, wel bewijzen hoe zeer men er mee inzit.

De tekenen dat de wereldwijde beweging  Boycot, Desinvesteren en Sancties wel degelijk pijn doet in Israël zijn er al langer, zo laten Natascha van Weezel en Anet Bleich zien in De groene Amsterdammer. Maar dit voorjaar kwam een aantal zaken ineens samen: de stemming binnen de American Anthropological Association, de Stop BDS conferentie in Jeruzalem, de onrust bij een aantal Nederlandse zionisten met toegang tot de media. Abou Jahjah was misschien gewoon een gedroomde zondebok. 

Deze tekst verscheen ook op https://salonvansisyphus.wordpress.com/2016/05/20/abou-jahjah-kop-van-jut/

 

OORLOGSSITUATIE

Hoe pathetisch kan je worden, als het gaat om ‘de redding van het klimaat’?

John Vandaele schreef onlangs een opiniestuk voor de Standaard. De man is journalist en voorzitter van een Gentse coöperatie die een zegje wil hebben in het beheer van twee windmolens van Eneco. Op 4-5 mei schreef hij: “Wij hebben intussen een vergunning (dwz. Eneco heeft die vergunning – HD), maar één enkele burger kan naar de Raad van State trekken en dan kan het klimaat weer anderhalf jaar wachten. Maar het klimaat wacht niet. Eigenlijk brengt de klimaatverandering ons in een oorlogssituatie, waardoor we in sneltempo de juiste investeringen moeten doen. Kunnen juristen geen procedures ontwerpen die aangepast zijn aan die situatie – maar uiteraard binnen de grondwet vallen?” Gevonden vreten natuurlijk voor de beruchte koppenmakers van de krant: “Klimaatverandering brengt ons in een oorlogssituatie”.

Welja, niet alleen zitten wij nu vanwege de ‘terrorismedreiging’ opgescheept met een noodtoestand, militairen op straat en uitzonderingswetgeving, maar daarnaast moeten juristen nog eens gepaste procedures gaan verzinnen om de oorlogssituatie van de klimaatverandering het hoofd te bieden. Een suggestie: slacht meteen (verdoofd, uiteraard) alle koeien, dat zal de methaanuitstoot stante pede drastisch reduceren. En laat het leger beletten dat mensen zich nog voor andere doeleinden verplaatsen dan om te gaan werken en produceren (behalve als zij met een wagen van de zaak gaan, want dat is hors catégorie).

Ach ach, oorlogssituatie, inspraak in het beleid van een multinational, noodprocedures, het klimaat wacht niet, … het is pathetisch gejammer dat de kern van het probleem niet benoemt. Die kern is dat we leven in een (globaal) economisch systeem dat gebaseerd is op de fetisj van meerwaardeproductie en groei. Of je nu pleit voor nieuwe technologie of voor nieuwe regelgeving, die veranderen niets als zij geen basis hebben in een nieuwe politiek en een nieuwe cultuur, waarin eerst gekeken wordt naar wat men nodig heeft, en dan pas naar de technieken, procedures en mechanismen om dat te bereiken. Het systeem waarin wij nu leven – en dat zo langzamerhand aan de gehele wereld is opgedrongen – gaat juist uit van het tegendeel. Het kapitalisme draait op groei en meerwaardeproductie, en die kunnen elkaar slechts wederzijds blijven reproduceren, zolang er steeds opnieuw consumenten gecreëerd worden die door hun consumptie die motor draaiende houden. Intussen lijkt zowat iedereen er nu van overtuigd dat groei en de productie van meerwaarde ook voor de mens een noodzakelijke voorwaarde zijn om zich met succes te kunnen positioneren op de marktplaats, die de samenleving geworden is. Wat zou je dan nog jammeren over het klimaat ‘dat niet wacht’, als je alternatieve vormen van energieopwekking er alleen maar toe dienen om natuurlijke en culturele remmen weg te nemen voor de fetisj van de groei?

 

REFERENDUM

De uitslag van het Italiaanse referendum is bekend. Meer dan voor de toekomst van de olie- en gasboringen, zou deze uitslag wel eens van betekenis kunnen zijn voor de discussie over representatieve en directe democratie, en over democratie tout court.

Eerst de uitslag. Voor de tegenstanders van de voortzetting van de boorplatformen (de Si-stemmers), die het referendum afgedwongen hadden, was de uitslag in zekere zin een maat voor niets. De uitslag van een volksraadpleging is maar geldig indien 50% +1 van de stemgerechtigden zijn/haar stem uitbrengt. Dat is in de afgelopen twintig jaar maar één keer gebeurd, en ook nu is dat percentage landelijk niet gehaald. Alleen in de regio Basilicata, die het ergst bedreigd wordt door de voortzetting van de boringen, werd het quorum gehaald; in de andere zuidelijke regio Puglia ging zo’n veertig procent van de mensen stemmen. Uiteindelijk werden landelijk zo’n zestien miljoen stemmen uitgebracht; 85% (zo’n dertien miljoen) Si, 14% No. Op het eerste gezicht was het thema – de milieu-impact van gas- en olieboringen voor de kust – dus misschien te lokaal om landelijk interesse te wekken. Maar daar is meer over te zeggen.

Er verandert dus niets aan de wet, wat maakt dat de oliemaatschappijen – in de eerste plaats Total – aan het eind van de huidige concessies een verlenging van de boorvergunning kunnen aanvragen voor de periode tot de olie- en gasvoorraden zullen zijn uitgeput. In die zin ging het referendum ook fundamenteel over strategische keuzen inzake duurzame ontwikkeling. De oliemaatschappijen en de regering riepen daartegen het argument van de werkgelegenheid in, maar je mag er van uitgaan dat met het uitputten van de olie- en gasvoorraden de werkgelegenheid op termijn juist zal verdwijnen. Bovendien is het nog maar de vraag wie er uiteindelijk gaat opdraaien voor de kosten van de ontmanteling van de boorplatforms, eens er niets meer te ontginnen valt.

In zekere zin is de uitkomst van de volksraadpleging ook een triomf voor de regering, die immers de Italianen had opgeroepen thuis te blijven en niet te gaan stemmen. Los van het eigenlijke thema van de boorplatforms, was het referendum ook een politieke krachtmeting geworden. Net als bij het recente referendum in Nederland, was in Italië voor sommige partijen (vooral Lega Nord en Movimento 5 Stelle) de volksraadpleging in de eerste plaats een aanval op de regering. Die is dus niet geslaagd. Maar de prijs die de regering daarvoor betaalde is hoog. De herhaalde oproepen van premier Renzi (il presidente del consiglio) en van onder meer twee ex-presidenten van Italië om thuis te blijven, en dus niet deel te nemen aan een uiting van directe democratische besluitvorming, roept vragen op in een staat, waar bij de laatste verkiezingen in sommige regio’s niet meer dan 37% van de kiezers ging stemmen. Op een moment dat in Italië – net als in de rest van Europa, maar daar misschien nog sterker, na decennia Berlusconi – het vertrouwen in de representatieve democratie en politieke partijen steil naar beneden gaat, roepen politiek verkozenen de burgers op om hun stem niet uit te brengen over een thema dat au fond allen aanbelangt. Wat verwachten zij dan bij volgende verkiezingen, waarbij zij en hun partijen de bevolking zullen vragen om hen (weer) politieke macht te verlenen?

Voor diegenen die vanuit een globale visie op duurzame ontwikkeling het referendum wilden, is de uitkomst een harde les: de meerderheid van de Italiaanse bevolking is niet geïnteresseerd als ze zelf niet rechtstreeks geraakt wordt. Het cruciale punt bij een volksraadpleging ligt dus niet in de stemming zelf, maar bij het ophalen van de handtekeningen. Het is dan dat de potentiële kiezers overtuigd en gemotiveerd moeten worden in verband met het onderwerp en de inhoud van het referendum. Bouwen op de balorigheid van burgers en partijpolitieke strategieën levert, wanneer het erop aan komt, niets op. En meer dan ooit stelt zich de vraag naar de toekomst van de democratie zoals wij ze kennen. Het vertrouwen in de representatieve democratie en haar politieke partijen en instituties lijkt elke dag opnieuw verder ondergraven te worden. Vormen van grootschalige directe democratie worden ofwel politiek gemanipuleerd (zoals in Nederland) of wekken geen belangstelling, in een periode waarin iedereen neoliberaal bezig is zichzelf zo goed mogelijk ‘in de markt te zetten’. Maar met kleinschaligheid alleen zullen wij het ook niet redden.

PETROLE OU EOLIEN?

Ce dimanche17 avril, les italiens auront la possibilité de s’exprimer dans un référendum qui, simplement dit, oppose indépendance énergétique et qualité de l’environnement. Le sujet technique du référendum se traduit dans une question comportant assez de tournures négatives sur la durée de vie des plates-formes de forage situées actuellement devant les côtes Adriatiques.  

Voter revient à l’interdiction pour les sociétés pétrolières d’exploiter les gisements de pétrole et de gaz après la terminaison de la concession actuelle, et donc à l’impossibilité de renouveler ou de prolonger cette concession. L’argument le plus important en faveur de cette proposition repose sur les dommages environnementaux marines et sur le risque de séismes. Un vote No signifie que l’on veut que la loi ne change pas, et que les compagnies puissent continuer leurs activités jusqu’à l’épuisement des gisements.

Non seulement les organisations environnementales et la plupart des partis politiques, mais aussi beaucoup d’autorités régionales  ont appelé à voter . Dans une enquête récente, 24% des gens se prononcerait pour une indépendance énergétique au détriment de la qualité environnementale, tandis que 59% renoncerait au pétrole (et au gaz ?) en faveur de plus de qualité environnementale.

 

Pourtant, il y a un piège. Une des alternatives pour l’exploitation marine de gaz et de pétrole, la production d’énergie durable dans des centrales éoliennes, se heurte également à beaucoup de résistance un peu partout en Italie. Non seulement on est conscients que ces implantations éoliennes profitent surtout aux multinationales qui les exploitent, sans grands avantages pour les populations touchées ; aussi à plusieurs endroits (p.e . en Sicilia, en Calabria, …), les citoyens se battent contre des implantations qui feront disparaître les lignes de l’horizon actuelles, que ce soit en mer, ou dans les paysages de plaines et montagnes. On craint que dans quelques années, sur les collines et au milieu des arbres, surgiront des dizaines d’éoliennes. (http://ilmanifesto.info/calabria-gli-ambientalisti-contro-le-pale-eoliche/) Il y en a qui expriment le crainte que l’Italie ait oublié ses villages et ses montagnes, tandis qu’elle est essentiellement un pays de villages et de montagnes. (http://ilmanifesto.info/lucania-i-danni-del-petrolio-e-quelli-dei-ciarlatani/)

Bon, la mer, on n’en a pas trop en Wallonie, mais – toutes proportions gardées – des plaines, des villages et des montagnes, il y en a. Le débat italien n’est sûrement pas impertinent.

 

NOG MEER TERREURBESTRIJDING

Hieronder de vertaling van grote delen van de tekst A propos du procès antiterroriste à venir contre des anarchistes et anti-autoritaires en Belgique :

“In 2010, terwijl de strijd tegen de bouw van een nieuw detentiecentrum in Steenokkerzeel voor mensen zonder papieren op gang komt, heeft de politie een lijst klaar van acties die worden toegeschreven aan de ‘anarchistische beweging’. Onderzoeksrechter Isabelle Panou wordt belast met het onderzoek, dat vanaf dan onder terreurbestrijding valt. In mei en in september 2013 heeft in dat kader een tiental huiszoekingen plaats, zowel in woningen als in de anarchistische bibliotheek Acrata in Brussel. Het is dan dat voor het eerst duidelijk wordt dat het gaat om een antiterreuronderzoek. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de antiterrorismesectie van de federale gerechtelijke politie, nu eens bijgestaan door de Staatsveiligheid, dan weer door de  inlichtingendienst van het leger of verschillende antiterrorismediensten van andere Europese staten. In 2014 wordt het onderzoek afgesloten; dat resulteert nu in de verwijzing naar de Raadkamer van twaalf anarchisten en anti-autoritairen. Tijdens een zitting in oktober 2015 werden de gebruikte opsporingsmethoden goedgekeurd (o.m. telefoontap, afluisterapparatuur in woningen, geheime huiszoekingen, videoregistratie in een woning), en dus komt de Raadkamer nu op 10 mei 2016 samen om te beslissen over doorverwijzing naar de rechtbank en de concrete aanklachten.

Het federaal parket heeft uit het onderzoek niet minder dan 29 individuele aanklachten gepuurd. Negen kameraden worden beschuldigd van lidmaatschap van een terroristische organisatie en van deelname aan terroristische activiteiten gedurende kortere of langere tijd. Drie van hen worden er bovendien van beschuldigd dat zij de aanvoerders of leidinggevenden zijn. Nog drie andere personen, die gearresteerd werden in de nasleep van een aanval op het politiebureau van de Marollen (in Brussel) worden, naast verschillende aanklachten in verband met deze aanval,  beschuldigd van het lidmaatschap voor één dag van een terreurgroep.

De algemene terrorisme-aanklacht wordt aangevuld met meer specifieke beschuldigingen zoals deelname aan een verboden demonstratie voor het gesloten centrum 127bis in Steenokkerzeel (door het parket omschreven als poging tot brandstichting en ‘terroristische inbreuk’), slagen en verwondingen aan politieagenten, versperring van de openbare weg, winkeldiefstal, aanzetten tot terroristische misdrijven, … Deze specifieke aanklachten gelden telkens voor specifieke kameraden, dus niet iedereen wordt van alle feiten beschuldigd.

Tegen de achtergrond van dit onderzoek dat verschillende jaren geduurd heeft, en niet minder dan 32 mappen met paperassen heeft opgeleverd, lanceert het federale parket de hypothese dat met name in Brussel een ‘anarchistische terreurgroep’ actief is, en dat de beschuldigden zouden deelgenomen hebben aan deze activiteiten, of ze tenminste hebben bevorderd. Men vermeldt bijvoorbeeld een lange lijst van een honderdvijftigtal aanvallen, voor een goed deel brandstichtingen, tegen de structuren van de dominantie, politiecommissariaten, rechtbanken, banken, ondernemingen die goed geld verdienen aan het opsluiten van mensen, bouwwerven, de wagens van diplomaten en NAVO-medewerkers, mobiele-telefoonzendmasten, … Al deze aanvallen zouden plaats gehad hebben in Brussel en omgeving, in de periode van 2008 tot 2013.

Het verzinnen van een terreurgroep die verantwoordelijk is voor al deze feiten, maakt heel wat kronkels in de aanklachten mogelijk. Een bibliotheek wordt een rekruteringslokaal; discussiebijeenkomsten worden clandestiene vergaderingen; pamfletten en kranten met anarchistische kritiek worden handleidingen voor stadsguerrilla; manifestaties en bijeenkomsten worden oproepen tot terrorisme; banden tussen personen die actie voeren en de zelforganisatie die daaruit kan voortkomen, worden een ‘gestructureerde terreurgroep’. Door de poging om een handvol anarchisten die dwarsliggen achter de tralies te krijgen, probeert de staat de weerspannigen te ontmoedigen om in actie te komen tegen dat wat ons onderdrukt en uitbuit; zo probeert zij de verlangens, de mogelijkheden, de overwegingen en de kritieken die zich richten tegen deze autoritaire wereld te smoren.

Wat dus nu voor de rechter gedaagd wordt, is een heel mozaïek van strijd, revolte, ideeën, directe actie, kritieken, revolutionaire verbeelding, agitatie, die gedurende jaren geprobeerd hebben de structuren van dominantie aan te vallen. In die zin treft een eventueel proces niet alleen de aangeklaagde kameraden, maar elk individu, elke anarchist, elke revolutionair, ieder die zich verzet tegen de orde, en die niet met de armen gekruist wil blijven tegen uitbuiting en onderdrukking. Wat men viseert, is het zoeken naar autonomie in de actie, de zelforganisatie in de strijd, de directe actie in al haar verscheidenheid, de keuze om anarchistische en revolutionaire ideeën te verdedigen en te verspreiden, om samen met anderen deel te nemen aan de zelf georganiseerde en autonome weerstand.

Het zou gek zijn om de repressie die nu gericht wordt tegen enkele anarchisten en anti-autoritairen los te zien van het repressieve geheel dat – vaak preventief – tracht elke revolte of kritiek op de bestaande orde klein te krijgen. Met ‘terreurdreiging’, vluchtelingencrisis, misdaadbestrijding en echte oorlogen, wordt de repressie door de staat steeds sterker. In een tijd waarin veranderingen en herstructureringen steeds sneller de sociale conflictgebieden wijzigen, is het neutraliseren van hen die storen door hun gedachtengoed en hun acties een onderdeel van de strijd tegen de uitgebuiten en de onderdrukten: de verharding van de levensomstandigheden, de militarisering van de grenzen, de implementatie van massale technologische controle, de bouw van nieuwe detentiekampen, …

Zich verdedigen tegen dit repressieve systeem dat kameraden voor de rechter wil brengen op beschuldiging van terrorisme, betekent weerstand bieden aan de staat die elke subversieve actie wil verlammen en tegelijk de ruimte verdedigen om anarchistisch en anti-autoritair te handelen.”

April 2016

http://www.lacavale.be

 

MAART 1961 - EINDE

Terwijl Guy Debord & co aan de zesde aflevering van internationale situationniste werken, verschijnt in Amsterdam het pamflet 'Einde'.

Sinds de bevrijding heeft Ons Volk zich weten op te werken tot een Welvaartsstaat, waar alleen de vrijheid tot armoede en ellende zijn bestaansrecht heeft verloren. Deze resultaten zijn tot stand gekomen, zonder dat er van enige bloei op het terrein der kultuur sprake is geweest. Waar de Nederlandse kunst is afgezakt tot een provinciaal peil, stijgt de waarde van de Gulden. Was het tot nog toe heiligschennis te twijfelen aan de slogan: “zonder kultuur kan een volk niet leven”, nu verklaren wij:

Het Nederlandse Volk heeft voor zijn welzijn geen kunst nodig, ja: kunst kan gemist worden als kiespijn!

Uw werkster verdrijft haar verveling met moderne muziek, uw tandarts verzamelt moderne kunst, uw boekhouder amuseert zich met de machines van Tinguely:

U kunt met kunst uw status niet meer verbeteren!

Een aantal vooraanstaande kunstenaars neemt tans het initiatief:

1.    Besluit het vervaardigen van kunstvoortbrengselen te staken;

2.    De likwidatie te bevorderen van alle instellingen, die zich nog aan de kunst verrijken.

In Kopenhagen sloten wij zodoende de avantgarde-galerie Køpcke, en verbraken alle winstgevende betrekkingen. In eigen land wordt begonnen met de sluiting van de zgn.Galerie 207 (Willemsparkweg 207) te Amsterdam. Voortaan zullen ondergetekenden zich doorlopend belasten met het opheffen van kunstkringen en het sluiten van tentoonstellingsruimten, waaraan dan eindelijk een waardiger bestemming kan worden gegeven.

 

Voor de Galerie 207 te A’dam: Cornelius Rogge

Het voorlopig actiecomité:

Armando (Amsterdam), Bazon Brock (Itzehoe), Henderikse (Düsseldorf), Arthur Køpcke (Kopenhagen), Silvano Lora (Parijs), Piero Manzoni (Milaan), Megert (Bern), Henk Peeters (Arnhem), Schoonhoven (Delft)

 

Manzoni (« Il n’y a rien à dire; on ne peut que être, on ne peut que vivre ») stierf korte tijd later ; hij was 29.

 

ASIELZOEKER

Waar is de tijd dat de termen asielzoeker of vluchteling nog verwezen naar mensen in nood? Vluchteling, in de enge juridische zin van het Vluchtelingenverdrag (dat in de Vlaamse media consequent de Conventie van Genève wordt genoemd – alsof er in Genève ooit maar één verdrag is ondertekend), was hij (zij) “die uit gegronde vrees voor vervolging wegens zijn ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging, zich bevindt buiten het land waarvan hij de nationaliteit bezit, en die de bescherming van dat land niet kan of, uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil inroepen, of die, indien hij geen nationaliteit bezit en ten gevolge van bovenbedoelde gebeurtenissen verblijft buiten het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had, daarheen niet kan of, uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil terugkeren.” Die mensen hadden het recht om niet teruggestuurd te worden naar het land dat zij ontvlucht waren, en om asiel (= bescherming) aan te vragen in het land waar zij naartoe waren getrokken. Asielzoekers zoeken bescherming tegen vervolging.

In de brede zin van het woord waren vluchtelingen mensen die rampspoed allerlei ontvluchtten (oorlog, geweld, armoede, milieurampen, honger, mensonterende praktijken allerhande, …). Gelukszoekers? Ja. Daar is niets mis mee. Iedereen wil aan onheil ontkomen en het geluk zoeken en liefst ook vinden, zo al niet voor zichzelf, dan voor zijn of haar geliefden.

Maar nu? Carl Decaluwé, de gouverneur van West-Vlaanderen schijnt gezegd te hebben: “We moeten waakzaam zijn de komende dagen. De eerste asielzoeker is intussen al gespot en onderschept, met pak en zak op weg naar Zeebrugge. Er zullen er allicht nog meer volgen.”

Wie vroeger een mens in nood was, is nu een bedreiging geworden, die moet ‘gespot en onderschept’ worden, en maar meteen ook, want er kunnen er nog meer komen. Decaluwé wil geen bescherming bieden aan mensen in nood, maar wel aan wie in West-Vlaanderen veilig is. Blijkbaar zijn de mensen die hier bescherming zoeken een bedreiging voor eigen volk. Terwijl van over de hele wereld mensen hun toevlucht (asiel) zoeken in veilig Europa, roept de gouverneur op tot waakzaamheid om zijn burgers te beschermen tegen de dreiging die blijkbaar uitgaat van mensen op de vlucht. Asielzoekers met pak en zak op weg naar Zeebrugge: wil je “systematische grenscontroles” om die mensen tegen te houden, Decaluwé? En waar moeten zij dan naartoe? Vluchteling en asielzoeker: eerst mensen in nood, nu een dreiging die moet weerstaan worden.

 

PLEK-PLEK: EXECUTIONS

"Also memorable was Ms. [Laurie] Anderson's nutty explanation of why we're fortunate that Jesus was born in New Testament times, when executions were by crucifixion, rather than Old Testament times, when executions were by stoning (think sign of the cross)."

New York Times, 26 July, 2002

(In Syria and Iraq nowadays, it seems as if Old and New Testament times have merged.)

VERGETEN?

Christian Van Eyken is weer aan het werk als Vlaams Parlementslid. Begin dit jaar werd zijn parlementaire onschendbaarheid opgeheven, en op 27 januari werd hij door een Brusselse onderzoeksrechter formeel verdacht van moord en alvast maar gearresteerd. Van Eyken (61, ex-burgemeester van de Brusselse randgemeente Linkebeek) zou betrokken zijn bij de moord op de echtgenoot van zijn parlementair medewerkster, tevens geliefde. Een dag later werd de man al weer vrijgelaten; het aanhoudingsbevel bleek niet ondertekend door de onderzoeksrechter. Een nieuw arrestatiebevel uitschrijven omwille van dezelfde feiten kan niet,  indien men geen nieuwe elementen aanvoert – en die zijn er blijkbaar niet. Ongelukje?

Onmiddellijk werd hier & daar een tuchtonderzoek geëist, maar Luc Hennart, voorzitter van de Brusselse rechtbank van eerste aanleg en tuchtoverste van de onderzoeksrechter, weigert dat pertinent. Hij zou verklaard hebben: “Natuurlijk is dit erg. Heel erg. Al die moeite om zijn parlementaire onschendbaarheid te doen opheffen. Over eieren lopen om geen fouten te maken. En dan dit. Maar we mogen ons gelukkig prijzen dat het niet met een terrorist is gebeurd.”

Volgens Hennart is de ‘vergetelheid’ een gevolg van de permanente onderbezetting van zijn rechtbank, waarover hij trouwens al herhaaldelijk heeft geklaagd. Door het gebrek aan gekwalificeerd personeel heeft hij naar eigen zeggen al een schoonmaakster tijdelijk moeten aanstellen als griffier. De griffier van de betrokken onderzoeksrechter was dan eigenlijk weer chauffeur bij de rechtbank. In normale omstandigheden is het de griffier die toekijkt of aan alle vormvereisten van gerechtsstukken is voldaan, maar de chauffeur was daar (uiteraard) niet voor opgeleid.

En inderdaad, men verwacht niet dat Christian Van Eyken nu nog eens een keer vier moorden gaat plegen, of zichzelf tot ontploffing zal brengen in de metro. Voor rechtbankvoorzitter Hennart is dit vooral een kans om in de media weer volop de bezuinigingen op justitie aan te klagen. De Belgische regering heeft wel na de laatste aanslagen in Parijs 200 miljoen vrijgemaakt voor justitie, maar die gaat uitsluitend naar  zaken die met terrorismebestrijding te maken hebben. Net zoals op alle andere openbare diensten, wordt ook op het reguliere justitiewerk sterk bezuinigd. Rechtbanken zijn onderbezet, externe deskundigen (psychiaters, tolken en vertalers) moeten makkelijk meer dan een jaar wachten op de betaling van hun rekeningen, magistraten kopen zelf papier en inkt voor de printer omdat daar geen budget voor voorzien is, er is een structureel tekort aan gevangenispersoneel, er zou zelfs geen geld zijn voor het onderhoud en de vervanging van de uniformen. Zegt Hennart: “Ik heb het al vaker gezegd: we krijgen de justitie die we verdienen. Als er geen middelen zijn, krijg je dit soort toestanden.”

 

"IRREGELEITETE ARBEITER"

Pasolini mag dan al enig begrip hebben gehad voor het geweld van politieagenten (http://durieux.eu/blog/obspol-2), in volle aanloop naar de Deutscher Herbst laat Gerhard Zwerenz in zijn stadsroman Die Erde is unbewohnbar wie der Mond (1973) enkele linkse advocaten het volgende uitroepen:

 Student erschießt Polizist: Student ist ein Mörder. Polizist erschießt Student: Polizist handelte in Notwehr. Was gibts da noch zu tun? Nichts geht mehr außer einer Revolution. Den Bullen zeigen! Na eigentlich mehr denen, die hinter ihnen stehen. Bullen sind welche, die dumm genug sind, sich vorschicken zu lassen. Nein, Bullen sind auch Arbeiter, irregeleitete Arbeiter. Ach ach, irregeleitet, die deutschen Wehrmachtssoldaten waren auch irregeleitete Arbeiter. Die SS bestand zum Großteil aus irregeleiteten Arbeitern. Kommt uns bloß nicht mit den Irregeleiteten. Mitgegangen, mitgehangen.

 

Syndicate content