Nationaal-populisme

Lang voordat, overal ter wereld, god & klein pierke een column hadden in elk denkbaar blaadje met reclame, hadden de grote Italiaanse kranten hun terza pagina. Op die pagina 3 kregen filosofen, schrijvers, wetenschappers, denkers, intellectuelen de ruimte om gedachten te formuleren rond een of ander onderwerp, dat niet noodzakelijk met de (kranten)actualiteit te maken had.

De filosoof en jurist Norberto Bobbio schreef van 1976 tot 1989 regelmatig stukken voor pagina drie van la Stampa. In november 1985 publiceerde de krant ‘Parlare ancora di patria’ naar aanleiding van een conferentie in Torino over het idee van de natie in Duitsland en Italië.

In de loop van zijn betoog maakt Bobbio een onderscheid tussen nationalisme en nationaal gevoel. Nationaal gevoel staat voor elk gevoel te behoren tot een bepaalde groep (sociaal, etnisch, taalkundig, politiek, cultureel, …) die zich onderscheidt van andere groepen. In die zin is er niet veel verschil van het gevoel dat je behoort tot een familie, een stad, een vereniging of een partij. Het gaat om een spontaan, ondoordacht gevoel, dat wel leidt tot solidariteit met andere groepsleden, loyaliteit van het individu tegenover de groep, en in sommige gevallen, het onderschikken van het eigen belang aan dat van de groep. Dat nationaal gevoel, of die groepsidentiteit, heeft een verschil nodig om tot bewustzijn te komen: in het onderscheid met de andere, ziet men de eigen eigenheid.

Het nationalisme, volgens Bobbio, is heel wat anders. Dat is een ideologie, die kunstmatig geconstrueerd is, bewust en in specifieke historische omstandigheden, en om bepaalde doelen te bereiken. Het groepsgevoel dat gecreëerd wordt, is ook altijd gekoppeld aan het idee van een historische missie, of aan het opeisen van rechten, of aan een vernedering die moet uitgewist worden. En dat leidt ertoe dat tegenover anderen gevoelens worden aangewakkerd van verdenking, argwaan, afkeer, rivaliteit of vijandschap. De idee van een historische missie heeft trouwens behoefte aan een subject dat haar vertegenwoordigt. Dat subject is het collectieve wezen van de gehele natie die, naast de kenmerken die haar als groep onderscheiden van een andere, ook een morele persoonlijkheid bezit, en een uitzonderlijke waardigheid en geschiedenis.

Bobbio stelt: “Il nazionalismo è sempre un male. Il sentimento nazionale non è in quanto tale né bene né male.” Terwijl nationaal gevoel alleen defensief is, is nationalisme van nature agressief. In Italië bestaat (bestond?) daarvoor de term nazional-populismo. Daarmee bedoelt men dan een nationalisme van arme duivels (die uitdrukking bestaat ook in het Nederlands), speciaal geschikt voor een volk zonder principes en waarvan de meest vulgaire gevoelens moeten worden geprikkeld om wat zelfrespect te verwerven. Italia 1985 !?