durieux's blog

Elitair fietsen

Interessante column van Will Doig op salon.com over fietsen, fietsers en fietsvoorzieningen in Amerikaanse steden: Are urban bicyclists just elite snobs? Uitgangspunt is een ander blog waarvan de auteur zich ergert aan het feit dat de nieuwe fietspaden in New York hem hinderen wanneer hij met zijn Jaguar door Manhattan wil rijden. Bovendien vindt hij fietsers een geprivilegieerde, benauwde aristocratie, een snobistische minderheid die met alle macht haar ideeën wil opleggen aan een ongeïnteresseerde en weigerachtige bevolking. De reacties op dat blog waren niet mis; een van de leukste was: ‘Honestly, if you love driving so much, please move to the Midwest.’

Will Doig stelt zich de vraag hoe het zo ver is kunnen komen dat in een deel van de media fietsers nu gezien worden als pretentieuze jackasses, en volgens hem heeft dat te maken met de veranderingen in de samenstelling van de stedelijke bevolking. In de afgelopen decennia hebben verschillende grote steden een instroom gekend van jonge, goed opgeleide gezinnen, die er voor kozen om zich in de stad op de fiets te verplaatsen. Dat bracht de lokale overheden ertoe om meer fietspaden en bike-share systems op te zetten, wat er dan weer toe leidde dat meer mensen gingen fietsen. Vervolgens ontstond het beeld dat fietsen het middel was van die jonge elite om zich te affirmeren in het straatbeeld. Volgens Doig is dat beeld verkeerd. De afgelopen tien jaar verminderde het aandeel blanke fietsers ten opzichte van riders of color, en fietsers zijn zowat gelijk te vinden in alle inkomensgroepen. Wel is het zo dat fietsvoorzieningen en fietspaden overwegend worden aangelegd in de betere buurten, waar die jonge blanke gezinnen wonen, waardoor fietsen het imago versterkte van gentrification voor de goed opgeleide nieuwkomers. Zo ontstond het beeld dat fietsen elitair is, omdat je het geld moet hebben om te leven in een buurt waar fietsen gewoon mogelijk is.

Daarnaast speelt ook nog de reactie mee dat die elitaire fietsers hun milieuvriendelijke, ‘Europese’ levensstijl willen opdringen aan de gewone, werkende Amerikaanse bevolking. Natuurlijk, zegt Doig, willen fietsers anderen ervan overtuigen ook over te stappen op de fiets, al was het maar omdat zij met zoveel mogelijk moeten zijn om alleen al maar een deel van de straat te krijgen. Verder lijkt de afkeer van fietsen in de populaire media op de Republikeinse afkeer van treinen, die ook gezien worden als elitair en een uitdrukking van pretentieus Europees liberalism.

Hoe gevoelig het thema ligt, blijkt o.m. uit de 360 comments die nu al op het stuk van Doig zijn verschenen. Veel ervan wijzen op het belang voor het milieu en over de noodzaak van betere stadsplanning zodat fietsers, voetgangers en automobilisten naast elkaar de straten kunnen gebruiken. Maar uit heel wat commentaren spreekt ook de pure haat tegen mensen die in woorden of daden kritiek hebben op de houding van ‘als ik in de stad met de auto wil rijden, moet ik toch met de auto kunnen rijden, zonder dat fietsers of fietspaden dat belemmeren’.

Het doet mij in drie opzichten denken aan de situatie in België (in de Nederlandse steden en dorpen is het natuurlijk helemaal anders: daar is fietsen de evidentie zelf). Maar in steden als Brussel of Antwerpen komt het grootste gevaar voor fietsers niet van automobilisten, maar van voetgangers, die gewoon op het fietspad staan of lopen en niet opzij gaan als je belt. De Wetstraat in Brussel, de leien en de Gemeentestraat/Rooseveltplein in Antwerpen, de Charlottalei in Antwerpen, waar de joodse buurtbewoners met hun mega-buggy’s uiteraard geen plaats maken op het fietspad: het zijn plekken waar je voortdurend als fietser het risico loopt omver gelopen te worden.

Daarnaast heeft een stad als Antwerpen – hoewel ze anders pretendeert – een volkomen falend beleid ten aanzien van fietsers. Op sommige plekken is blijkbaar voor de grap een fietsstrook geschilderd op de smalle kasseistrook tussen de tramsporen en de geparkeerde auto’s (De Vrièrestraat). Zelfs straten die recent heraangelegd zijn (Hopland, Otto Veniusstraat, Lange Klarenstraat) zien er nu uit als de kasseistroken uit Paris-Roubaix (pittoresk!).

Tenslotte doet de Amerikaanse kritiek natuurlijk meteen denken aan het gemopper van Bart-De-Wever-achtige types, die zich ook geërgerd en bedreigd voelen door jonge, goed opgeleide mensen, die kiezen voor milieuvriendelijk stadsvervoer, biologisch voedsel en diversiteit. Ook in zijn ogen vormen die mensen, die hun kinderen zelfs in de bakfiets naar school brengen, een pretentieuze en bovendien on-Vlaams elitair zootje. Benieuwd hoe ze in New York zouden reageren, als er daar ook nog eens bakfietsen in het straatbeeld verschijnen.

Armoede

 

Iedereen in de Europese Unie een menswaardig inkomen garanderen, is dat haalbaar, in ‘deze crisisperiode’? Honderddertig miljard euro zou dat moeten kosten, berekende het Centrum voor sociaal beleid (CSB) van Universiteit Antwerpen. Dat is veel geld misschien, maar nog altijd maar 1,12% van het bruto nationaal product van 11.600 miljard, dat de 27 EU-lidstaten in 2009 genereerden. In deze tijden van maatschappelijk egoïsme echter is de (politieke) wil er niet om de zwakkeren structureel te helpen. En dat is dom en kortzichtig, want uitsluiting van grote groepen tegengaan is juist goed voor de weerbaarheid van de samenleving als geheel.

Algemeen gaat men ervan uit dat de armoedegrens in een land ligt op zestig procent van het gemiddelde inkomen per gezin. In de hele EU zijn er maar twee staten (Ierland en Denemarken) die voor sommige categorieën inwoners dat minimuminkomen garanderen. De bijstand in Nederland en Luxemburg is al iets lager, maar in de andere lidstaten ligt het gegarandeerd minimuminkomen (in België: het ‘leefloon’) ver onder de armoedegrens. Niet alleen maakt dit dat in de rijke landen grote groepen van de bevolking uitgesloten worden van een volwaardig maatschappelijk bestaan (zie bv. de ‘Vlaamse armoedemonitor’), ook stimuleert het de armen in de ‘arme’ landen om hun heil te zoeken in het Westen.

Natuurlijk wordt nu de fetisj van de crisis en de ‘noodzakelijke bezuinigingen’ aangehaald om te argumenteren dat eerst moet ingezet worden op economische groei, en dat dan iedereen er vanzelf op vooruit zal gaan. Maar dat is quatsch. Uit onderzoek blijkt namelijk dat de vruchten van economische groei niet vanzelf ten goede komen aan hen die al uitgesloten zijn. Daar is integendeel een serieus stimulerend armoedebeleid voor nodig.

Dat is niet alleen een kwestie van politiek fatsoen of minimale maatschappelijke verantwoordelijkheid. Aan al de egoïsten - burgers, politici, (sub)nationale overheden - die hun welvaart niet willen delen met de zwakkeren: armoede in de samenleving verminderen is ook goed voor jezelf. Minder uitsluiting veroorzaakt minder onrust. Mensen die in staat zijn hun noodzakelijke kosten van levensonderhoud te betalen, investeren in de economie. En als de armen in andere landen in staat zijn te overleven, zullen zij niet hier aan de deur komen kloppen (want daar zit blijkbaar de grote angst voor migratie, zo bleek gisteravond weer eens op een debatavond in Antwerpen met o.m. Jean-Marie De Decker en een type van de VLD).

Caviapolitie

 

In de aanloop naar de parlementsverkiezingen van 2010 haalt de PVV van Geert Wilders een oud plan uit de kast: de partij wil dat Nederland ook animal cops krijgt. (Even tevoren was op de commerciële televisie een Amerikaanse reality-serie te zien met dezelfde titel. Daarin begeleidt een stompzinnige voice over politieagenten die voor de camera honden en poezen redden uit abominabele omstandigheden.)

Maar in het Limburg van Geert Wilders is de nood groot: “Een puppy die wordt doodgetrapt, een schaap dat in de wei wordt geslacht of verkrachte paarden en pony’s, er zijn genoeg voorbeelden die een strenge en professionele aanpak rechtvaardigen”, zegt hij bij de lancering van het plan. Om hoeveel van die verkrachte paarden en pony’s het gaat, wordt niet meteen duidelijk, maar misschien wilde Wilders eigenlijk vooral die bevolkingsgroep pakken, die maar niet wil integreren, en waarvan iedereen weet dat zij eerst schapen neuken en ze vervolgens de keel oversnijden.

Enfin, in het regeerakkoord Rutte-Verhagen, dat mee door Wilders is opgesteld, komt de passage: “Dierenmishandeling wordt harder aangepakt, onder meer door vijfhonderd animal cops”. Er is niks mis met het aanpakken van dierenmishandeling, zeker in kwekerijen of de veeteelt en in (het vervoer naar) de slachthuizen, maar of daarvoor vijfhonderd agenten moeten opgeleid en ingezet worden? De politiekorpsen zagen het in ieder geval niet zitten, en het is maar de vraag of er zelfs voldoende werk is voor de 125 agenten, die nu in oktober 2011 hun opleiding zouden moeten krijgen.

Inmiddels werd namelijk bekend dat de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA, de samenvoeging van verschillende controlediensten) bevoegd wordt voor de mishandeling van ‘landbouwhuisdieren en productiedieren’. Er zijn maw. geen ‘inhoudelijke redenen’ om de dierenpolitie in te zetten in de ‘agrarische bedrijfstak’, laat het ministerie van Veiligheid en Justitie weten. Zowel voor- als tegenstanders van het oorspronkelijke plan, zoals resp. de partij voor de Dieren en de Amsterdamse korpschef, hebben het nu geringschattend over ‘hamsterpolitie’ of ‘caviapolitie’. Je zal als agent nog animal cop willen worden…

Intussen is blijkbaar nog steeds niet duidelijk of die vijfhonderd agenten dierenpolitie, als zij er al komen, voltijds aan de slag zouden gaan. Je kan ze ook, zeg maar, één dag in de week animal cop laten doen, en dan scheelt het dus nogal wat of je daar landelijk 500 vte of 100 vte voor vrijmaakt. Bovendien blijkt uit geen van de tot nu toe bekende plannen hoe groot de noodzaak is van een uitbreiding en specialisering van dit specifieke politietoezicht, of wat exact de doelen zijn die men wil bereiken, en hoe dit gaat gemeten worden. Of zoals Rob Velders (www.passievoorpubliekeverantwoording.nl) het stelde: “Hoeveel dieren gaan we redden en hoeveel dierenbeulen gaan we het leven zuur maken? Wanneer moeten die hun nare gewoontes hebben afgeleerd? … We doen ons best en we zullen aan het eind van de periode (welke?) wel bepalen (hoe?) of we succesvol (wanneer is dat het geval?) zijn geweest.”

Kortom, een mooi voorbeeld van hoe een verkiezingseis, die toch al een losse flodder was, wel het regeerakkoord haalt, maar vervolgens vakkundig om zeep wordt geholpen.

 

Vlaanderen vandaag (1)

Op 24 september 2011 omstreeks 17u51, zei Guido S., 's Gravenwezel:

Zou me nu iemand kunnen uitleggen waarom België nog zou moeten blijven bestaan? Voor een Vlaming dan wel! Voor een franstalige moet uiteraard België nu méér dan ooit blijven bestaan. De vreugde kan niet op, de zalige hangmat mag blijven! De Vlamingen zijn nu wel verplicht te BLIJVEN betalen! Maar een Vlaming, met echte realiteitszin, en die weet dat het bestaan van jaar tot jaar nog duurder en moeilijker zal worden, kan hij DIT 'akkoord' - een woord met een vreselijk vieze smaak - echt aanvaarden? Is dit nog verstandig of redelijk? Onzindelijker kan het niet meer! Is het dan nu geen tijd om ECHT na te gaan hoe aan ZULK verraderlijk België op een legale manier een einde kan gemaakt worden? Zo nodig - het zal beter blijken, geloof maar - door Brussel cadeau te doen aan de francofonen, mét overname van de staatsschuld, en verder alle overeenkomsten op te zeggen, via onderhandelingen met de franstaligen. Dit lijkt me - écht - de enige aanvaardbare toekomst voor Vlaanderen.

Op 24 september 2011 omstreeks 17u41, zei Herman B., Edegem:

Eerst onze grond laten afpakken , dan ons geld.. Voor wiens volk, voor wiens vrijheid en voor wiens recht? miljard!

De Standaard online, 24 september 2011

Twitter

Dit is het niveau waarop tegenwoordig politiek bedreven wordt in Nederland.

Nrc.nl wist nog te melden: “Geert Wilders wil dat premier Rutte serieus werk gaat maken van het uit de eurozone zetten van Griekenland. Dat liet de PVV-voorman vanmiddag op Twitter weten.”

Maar de tweet zelf is veel duidelijker: “Geen woorden maar daden. Rutte moet niet alleen roepen dat landen uit de euro moeten maar Griekenland er nu uitzetten!”

Ja hoor, een hele EU-lidstaat met haar hele bevolking worden zo in twintig woorden in de ban geslagen. Een hele eurozone, met zeventien lidstaten, wordt zo in twee zinnen bijgesteld.

Dat de man gek is, lijdt geen twijfel. Wat denkt hij? Dat Rutte in zijn eentje, als een Romeinse keizer, kan beslissen dat de Grieken voortaan niet meer bij het keizerrijk horen? Het zal best zijn dat heel wat mensen dit soort bedenkelijke simplisme zijn gaan beschouwen als ‘zeggen waar het op staat’. En natuurlijk is het niet alleen het simplisme van Wilders dat een ideaal instrument vindt in Twitter; het medium heeft ook wel degelijk geleid tot het simplisme van de boodschap.

Wij staan er mooi voor. Je kan nog wel proberen in discussie te gaan over de dictatuur van het populisme, en hoe die tegen te gaan of te ondergraven. Maar de dictatuur van de technologie en de massamedia, die alleen maar simplisme toelaten, wat gaan wij daar aan doen?

Paljas in uniform

Onlangs had nrc.nl een bericht:

Commotie over opgepakte Utrechtse fotograaf die tonen ID weigerde

Twee uur doorbrengen in een politiecel op Utrecht Centraal. De reden: fotograferen in het stationsgebied, “in de weg” staan en het niet tonen van een identificatiebewijs. Kan dat zomaar? Het overkwam journalist Emiel Elgersma. Oordeel zelf.”

De link achter overkwam is die naar het blog van Elgersma.

Tiens, het doet mij denken aan wat ik zelf meemaakte in 1984. Dat verhaal is terug te vinden in het archief: Paljas in uniform.

Er zijn blijkbaar altijd uniformen die het moeilijk hebben met burgers, en vice versa.

Adjectieven

Joost Vandecasteele schrijft over zijn ‘literaire held’ Chuck Palahniuk. “Voor Palahniuk-adepten als ik is de man een mythologische figuur geworden. Met wijsheden als : enkel werkwoorden gebruiken die een actie verwoorden en adjectieven vermijden. Of nooit nieuwe personages halfweg het verhaal introduceren.”

Tja, dan zijn de wijsheden van P. toch nog niet helemaal geïnternaliseerd: ‘nieuwe personages introduceren’ is bij uitstek een constructie waarbij je het adjectief kan vermijden.

Sofie Merckx

De deurwaarder zal dan toch niet proberen beslag te leggen op de meubels van dokter Sofie Merckx. De Orde van Geneesheren had daarom verzocht, omdat de arts al sinds 2000 consequent weigert haar bijdrage te betalen aan een beroepsvereniging waarvan ze de legitimiteit niet erkent. Na een solidariteitsactie bij de woning van de dokter trok de Provinciale Raad van Hainaut (Henegouwen) zijn verzoek om beslag in.

Sofie Merckx is arts in de groepspraktijk Geneeskunde voor het volk (GvhV) in Marcinelle, een voorstad van Charleroi. Officieel behoren alle in België erkende artsen aangesloten te zijn bij de Orde van Geneesheren, maar die van deze groepspraktijken (er zijn er elf in België) hebben altijd geweigerd hun lidmaatschap te betalen. Zij vinden de orde een corporatistische vereniging, die alleen de belangen van de geneesheren (m/v) verdedigt en op een ondoorzichtige en anachronistische wijze een beleid voert dat niet gericht is op de bevordering van de volksgezondheid, maar alleen op het inkomen van de beroepsgroep.

In de groepspraktijken van Geneeskunde voor het volk echter werken de artsen aan een vast loon, en worden aan de patiënten slechts de terugbetalingstarieven van de ziekenfondsen aangerekend. Er wordt dus ahw. gratis geneeskunde aangeboden, iets wat door de orde al sinds de jaren 1970 beschouwd wordt als concurrentievervalsing. Het is echter aan de Provinciale Raden van de Orde om de lidgelden te innen, en niet in elke provincie wordt het spel even hard gespeeld. In de provincies Liège, Limburg en Antwerpen bijvoorbeeld wordt allang niet meer opgetreden tegen recalcitrante artsen (en dat zijn niet alleen die van GvhV). De Raad van Hainaut daarentegen blijft stug. Begin dit jaar nog liet die Raad beslag leggen op de nalatenschap van de ouders van dr. Eric Hufkens, een collega van Merckx in Marcinelle, omdat ook hij weigerde zijn bijdrage te betalen.

Het conflict tussen Geneeskunde voor het volk en de Orde van Geneesheren sleept al veertig jaar aan. In 1971 was dr. Kris Merckx, de vader van Sofie, een van de oprichters van de eerste groepspraktijk van GvhV, in Hoboken bij Antwerpen. De foto hieronder dateert uit 1983, en toont het verzet tegen het dreigend beslag op de meubels van de artsen in Hoboken. Sofie Merckx is de tweede van links.

Report your local anarchist

Deze oproep aan de bevolking maakt deel uit van een briefing door Project Griffin. Project Griffin is een samenwerkingsverband tussen de City of London Police en de Metropolitan Police om managers, veiligheidsagenten en ander personeel van grote publieke en private bedrijven in de hoofdstad te adviseren in zaken van ‘security, counter-terrorism and crime prevention’.

Meer informatie over waarom de Counter Terrorist Focus Desk de bevolking oproept hun plaatselijke anarchist bij de politie aan te geven, is er niet te vinden in haar publicatie van 29 juli. Is het feit dat je de staat onwenselijk, onnodig en schadelijk vindt voldoende? Of moet de politie weten dat je voorstander bent van een staatloze samenleving? Sinds wanneer is sympathie voor een “politieke filosofie” een voldoende grond om aangegeven te worden bij de politie?

Of hoort deze oproep tot dezelfde orde als de tekst onderaan de pagina? Daar staat een piepklein vlaggetje met enkele Arabische lettertekens en de tekst: Often seen used by Al-Qaeda in Iraq. Any sightings of these images should be reported to your local Police.

Al-Qaeda in Irak of de anarchist om de hoek, burgers, weest gewaarschuwd! En kom later niet klagen dat de politie haar werk niet heeft gedaan.

THC ?

Deze week heeft een groepje Nederlandse deskundigen een ‘model’ openbaar gemaakt, dat zij de titel gaven ‘Van gedogen naar handhaven, voor een transparant en rationeel cannabisbeleid’. Het groepje noemt zich –ironisch en enigszins dubbelzinnig- THC, wat hier staat voor Taskforce Handhaving Cannabis. Enigszins dubbelzinnig, omdat niet gepleit wordt voor (strenge) handhaving van het huidige cannabisverbod, maar juist voor een formele regulering van de productie en handel in cannabis. THC bestaat dan ook uit o.m. vertegenwoordigers van de koffieshopbranche.

Nederland kent sinds 1976 twee lijsten met verboden roesmiddelen. Een lijst omvat alle drugs met een ‘onaanvaardbaar risico’ voor de volksgezondheid, dat zijn de hard drugs. Alle andere middelen staan op een andere lijst, dus ook de meeste cannabisproducten. De meeste overtredingen van de wetgeving rond soft drugs worden beschouwd als een misdrijf van de lichtste soort, een overtreding dus. En dat betekent ook dat er een lage prioriteit gegeven wordt aan opsporing en vervolging. Het maakte ook mogelijk dat gemeenten en Openbaar Ministerie een gedoogbeleid konden ontwikkelen ten aanzien van zgn. koffieshops. (De term coffeeshops ontstond in de jaren zeventig, toen commerciële ruimten geopend werden, waar je shit kon kopen en blowen, maar die geen alcoholvergunning hadden/kregen, juist om de markten van alcohol en cannabis gescheiden te houden.) Uiteindelijk werden landelijk criteria ontwikkeld waaraan koffieshops moesten voldoen om van de gemeente een gedoogvergunning of gedoogontheffing te krijgen; het OM kon dan besluiten niet te vervolgen op grond van het opportuniteitsbeginsel uit de artikelen 167 en 242 van het wetboek van strafvordering (“…Van vervolging kan worden afgezien op gronden aan het algemeen belang ontleend. …”) Zo ontstond een systeem waarbij ‘aan de voordeur’ de individuele consumenten wel hun privéportie konden aanschaffen, terwijl levering ‘aan de achterdeur’ van handelsvoorraad en grootschalige productie wel vervolgd werden. Bovendien leidde het moralistische en repressieve beleid in de buurlanden ertoe dat de relatief vrije kleinhandel van cannabis in Nederland effectief toeristen verleidde (ook binnenlands, van de provincie naar de stad).

De afgelopen twee decennia is om allerlei redenen en door allerlei ontwikkelingen het gedoogbeleid ten aanzien van cannabisproducten steeds strenger en beperkend geworden. Dat leidde er o.m. toe dat in de jaren negentig het aantal koffieshops landelijk zowat gehalveerd werd, maar ook dat degene die overbleven steeds grootschaliger moesten werken om aan de blijvende vraag te kunnen voldoen. Minder, maar grotere koffieshops betekent dus grotere toevloed en concentratie van consumenten, en dus meer overlast voor de buurt. Het kabinet-Rutte besliste in mei van dit jaar dat koffieshops zich moeten omvormen tot besloten clubs, met een maximaal aantal leden, die in Nederland moeten wonen, en die in het bezit moeten zijn van een clubpas. Bovendien zouden die koffieshops voortaan op minstens 350 meter van een school moeten liggen, tegen 250 meter nu. De Raad van State heeft in juni aan het woonvereiste een aantal voorwaarden gesteld, maar de zgn. wietpas is daarmee niet van de baan.

Tegenover deze beleidsopties, die er alleen maar zullen toe leiden dat cannabisgebruik en –kleinhandel weer ondergronds gaan, stelt de THC een aantal praktische en realiseerbare voorstellen. Die zijn gebaseerd op drie uitgangspunten: regulering van bezit en teelt voor persoonlijk gebruik, normalisering van de coffeeshop, en een geformaliseerd gedoogbeleid voor professionele teelt. Het moet mogelijk worden om in veel meer gemeenten dan nu het geval is (23%) een kleinschalige koffieshop op te zetten, zodat ook het binnenlands ‘drugstoerisme’ en de overlast door grootschaligheid worden tegengegaan. Bovendien kan de overheid bij een gedoogbeleid voor de teelt eisen stellen aan de veiligheid en de kwaliteit van de productie, en zijn de kopers verzekerd van goed en ecologisch verantwoord spul. Een econoom heeft berekend dat de combinatie van een belasting op cannabis(productie) en de vermindering van de kosten voor bestrijding jaarlijks € 850 miljoen zou kunnen opleveren. Als bovendien tegelijk de opsporing en vervolging van niet-geregistreerde telers en verkooppunten wel zou worden gehandhaafd, zou er een duidelijk onderscheid zijn tussen het ‘criminele circuit’ en de reguliere weedbusiness.

Betekenen de voorstellen van THC dan dat ‘de jeugd’ nog meer dan nu zou worden blootgesteld aan het gevaar van ‘drugs’? Ach, de internationale vergelijkingen zijn al van in de vorige eeuw bekend bij wie de cijfers zou willen kennen. Zowel Europees als Nederlands onderzoek (Europees Waarnemingscentrum, WODC/Trimbos) wijst uit dat bv. in 2009 van de Nederlandse jongeren tussen 15 en 24 jaar 11,4 % het jaar tevoren cannabis had gebruikt. In Frankrijk was dat 21,7 %. In dat zelfde jaar zou 5,4 % van de totale Nederlandse bevolking aan de marihuana hebben gezeten, tegen 7 % in alle EU-lidstaten samen of 10,1 % in de Verenigde Staten. Ik denk dat ‘de jeugd’ meer gevaar loopt door het gebanaliseerde alcoholgebruik en de ongecontroleerde pillen die wijd circuleren, omdat zij nou eenmaal moeilijker te traceren zijn dan een joint.

Enfin, het volledige gedetailleerde model van THC is te lezen op http://www.voc-nederland.org/2011/07/lees-hier-het-thc-model-van-gedogen-naar-handhaven/.

Syndicate content